Een jaar studeren aan een Vlaamse hogeschool of universiteit is bijna de helft duurder geworden dan tien jaar geleden. Dat blijkt uit berekeningen van de Thomas More Hogeschool. Een kotstudent zonder studiebeurs betaalt nu minstens 18.000 euro per jaar. Voor pendelstudenten lopen de kosten op tot bijna 12.000 euro.
De stijging is het gevolg van een combinatie van factoren. De huurprijzen van studentenkamers zijn de voorbije jaren fors gestegen, net als de kosten voor voeding, vervoer en leermateriaal. Ook de inschrijvingsgelden en andere universitaire kosten volgen de algemene prijsstijgingen. Daardoor betalen studenten vandaag aanzienlijk meer dan een decennium geleden, terwijl het budget van veel gezinnen niet in dezelfde mate is toegenomen.
Voor kotstudenten komt de jaarlijkse factuur daarmee op minstens 18.000 euro. Dat bedrag omvat onder meer huur, energiekosten, maaltijden, vervoer en studiemateriaal. Studenten die thuis blijven wonen en pendelen, betalen bijna 12.000 euro per jaar. Dat is nog steeds een aanzienlijke som, maar duidelijk minder dan de kosten voor wie op kot gaat.
De cijfers komen uit een berekening van de Thomas More Hogeschool, die de totale kosten van een academiejaar in kaart bracht. De hogeschool vergelijkt de huidige situatie met die van tien jaar geleden. Daaruit blijkt dat de kosten voor hoger onderwijs in Vlaanderen aanzienlijk sneller zijn gestegen dan de algemene inflatie. Voor veel studenten en hun ouders betekent dit een zware financiële last.
Studenten zonder studiebeurs dragen de volledige kost zelf. Wie wel een beurs ontvangt, ziet de factuur dalen, maar ook dan blijven de kosten hoog. De stijging raakt niet alleen de studenten zelf, maar ook hun gezinnen. Ouders dragen vaak een groot deel van de kosten, en voor gezinnen met een beperkt inkomen wordt studeren steeds moeilijker.
De hogeschool wijst erop dat de kostenstijging niet alleen voelbaar is in de huurprijzen. Ook vervoer, voeding en leermiddelen zijn duurder geworden. Studenten die pendelen, hebben te maken met abonnementen voor het openbaar vervoer of brandstofkosten. Kotstudenten betalen daarbovenop nog de huur en energierekeningen van hun kamer.
De cijfers roepen vragen op over de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Als de kosten blijven stijgen, dreigt studeren voor een groeiende groep jongeren onbetaalbaar te worden. Dat kan gevolgen hebben voor de instroom in hogescholen en universiteiten, en uiteindelijk ook voor de arbeidsmarkt.
De Thomas More Hogeschool benadrukt dat de berekening een minimumbedrag is. Studenten die kiezen voor een duurdere kamer, extra cursussen of buitenlandse stages, betalen nog meer. Het werkelijke bedrag ligt voor veel studenten dan ook hoger dan de genoemde 18.000 euro.
De kostenstijging zet de financiële druk op studenten en hun families verder onder spanning. Of de overheid of de onderwijsinstellingen maatregelen zullen nemen om de kosten te drukken, is voorlopig niet duidelijk. De cijfers maken in elk geval duidelijk dat studeren in Vlaanderen een steeds grotere investering is geworden.
2