Onze smartphone houdt bij hoeveel we bewegen, een sporthorloge registreert onze slaap en de huisarts bewaart onze medische gegevens. Zonder erbij stil te staan, laten we elke dag een spoor van gezondheidsdata achter. Wie beslist eigenlijk hoe die data worden gebruikt? En kunnen burgers zelf keuzes maken over wat er met hun informatie gebeurt? Die vragen staan centraal in het onderzoek van Cato van Schyndel (27), die doctoreert bij VITO en KU Leuven.

Van Schyndel wil dat burgers meer zeggenschap krijgen over hun eigen gezondheidsdata. Vandaag worden die gegevens op veel verschillende plaatsen verzameld: door consumentenapps, wearables en medische dossiers. Vaak is voor de gebruiker niet duidelijk wie toegang heeft tot die informatie, hoe lang ze wordt bewaard of waarvoor ze precies wordt gebruikt. Dat gebrek aan transparantie maakt het moeilijk om bewuste keuzes te maken.

Het onderzoek van Van Schyndel situeert zich op het snijvlak van technologie, gezondheid en samenleving. Ze werkt aan een doctoraat bij VITO, de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek, en aan de KU Leuven. Daar bestudeert ze hoe systemen kunnen worden ontworpen die burgers controle geven over hun data, zonder dat de voordelen van digitale gezondheidstoepassingen verloren gaan.

De vraag is actueel. Steeds meer mensen gebruiken apps en toestellen die gezondheidsgegevens meten en doorsturen. Tegelijk groeit de bezorgdheid over privacy en over de macht van grote technologiebedrijven. Burgers beseffen lang niet altijd dat hun data worden gedeeld of verkocht. Van Schyndel pleit ervoor om hen niet alleen te informeren, maar ook echte keuzemogelijkheden te geven.

Haar werk raakt aan bredere maatschappelijke debatten over digitale rechten, databescherming en de rol van de overheid. In België en Europa wordt volop gewerkt aan regelgeving rond gezondheidsdata en artificiële intelligentie. De uitdaging is om innovatie te stimuleren en tegelijk de burger te beschermen. Van Schyndel hoopt met haar onderzoek bij te dragen aan oplossingen die beide doelen verzoenen.

Concreet onderzoekt ze hoe mensen meer inzicht kunnen krijgen in wat er met hun gegevens gebeurt en hoe ze zelf kunnen bepalen wie ze deelt. Dat veronderstelt niet alleen technische aanpassingen, maar ook een andere manier van denken over eigenaarschap en vertrouwen. Zolang burgers het gevoel hebben dat ze geen controle hebben, blijft het draagvlak voor digitale gezondheidstoepassingen broos.

Met haar doctoraat wil Van Schyndel een bijdrage leveren aan een gezondheidszorg waarin technologie de burger dient in plaats van omgekeerd. De centrale vraag blijft: wie beslist over onze gezondheidsdata, en hoe zorgen we ervoor dat iedereen die keuze zelf kan maken?

4Weergaven

Auteur

Economie

Femke Peeters — economie, Dagkompas.