Het Grondwettelijk Hof heeft donderdag de beroepen tegen de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd grotendeels verworpen. Daarmee blijft de hervorming van de federale regering, die de uitkering beperkt tot twee jaar, grotendeels overeind. Verschillende organisaties, waaronder de vakbonden, hadden beroep aangetekend tegen de maatregel.
De uitspraak is een tegenslag voor de christelijke vakbond, die het beroep had ingediend. Het Hof verwerpt het beroep grotendeels, zo blijkt uit de beslissing. De kern van de hervorming – de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd – blijft daarmee van kracht.
Wel sneuvelt een overgangsregeling. Die regeling zorgde ervoor dat mensen die al zeer lang werkloos waren, hun uitkering minder snel verloren. Door het wegvallen van die overgangsregeling zullen zij hun uitkering sneller verliezen dan voorzien. Het is voorlopig onduidelijk hoeveel mensen precies getroffen worden door deze specifieke wijziging.
De federale regering, aangeduid als de Arizona-regering, had de werkloosheidsuitkering beperkt tot twee jaar. Tegen die beperking in de tijd waren beroepen ingediend bij het Grondwettelijk Hof. De vakbonden voerden aan dat de maatregel ongrondwettelijk zou zijn, maar het Hof volgt die redenering dus grotendeels niet.
De uitspraak betekent dat de hervorming in haar huidige vorm kan worden voortgezet. De federale regering ziet daarmee een belangrijk onderdeel van haar arbeidsmarktbeleid bevestigd. De vakbonden blijven achter met een nederlaag op het belangrijkste punt.
Het Grondwettelijk Hof heeft de beroepen dus grotendeels verworpen, maar de overgangsregeling die sneuvelt, kan gevolgen hebben voor de meest kwetsbare groep langdurig werklozen. Zij verliezen hun uitkering sneller dan oorspronkelijk de bedoeling was.
De precieze gevolgen van de uitspraak voor de uitvoering van de hervorming zijn nog niet volledig duidelijk. De federale regering zal de beslissing moeten omzetten in concrete maatregelen, rekening houdend met het wegvallen van de overgangsregeling.