Het incident dat eind september plaatsvond op de Britse luchtmachtbasis Fairford is «zo goed als zeker» aangestuurd door de Revolutionaire Garde, het militaire elitekorps van Iran. Dat heeft de Britse premier Andy Burnham maandag meegedeeld aan het parlement. De regering kondigt meteen ook sancties aan tegen de verantwoordelijken.
De Britse autoriteiten roepen de Iraanse ambassadeur op het matje naar aanleiding van de gebeurtenissen. Daarmee zet Londen de diplomatieke druk op Teheran verder op. De precieze aard van het incident op de basis in het Engelse Fairford is vooralsnog niet volledig publiek gemaakt, maar de Britse regering beschouwt de betrokkenheid van de Revolutionaire Garde als vrijwel vaststaand.
De Revolutionaire Garde is een onderdeel van de Iraanse strijdkrachten dat rechtstreeks onder het gezag van de hoogste leider in Teheran valt. De garde speelt al jaren een centrale rol in het Iraanse veiligheidsbeleid en wordt door westerse landen beschouwd als een van de drijvende krachten achter operaties buiten de eigen landsgrenzen. Dat de Britse premier de garde nu met naam en toenaam aanwijst, is dan ook een zware beschuldiging aan het adres van Teheran.
Fairford is een luchtmachtbasis in het Engelse graafschap Gloucestershire die onder meer door de Amerikaanse luchtmacht wordt gebruikt. De basis heeft een lange geschiedenis als uitvalsbasis voor internationale militaire operaties en huisvest regelmatig eenheden en toestellen van bondgenoten. Een incident op zo'n locatie raakt dan ook niet alleen de Britse defensie, maar ook de bredere veiligheidssamenwerking binnen de NAVO.
De aankondiging van sancties betekent dat Londen concrete stappen zet tegen personen of entiteiten die banden hebben met de Revolutionaire Garde. Sancties kunnen onder meer bestaan uit bevriezing van tegoeden, reisverboden en beperkingen op economische activiteiten. De Britse regering heeft nog niet gespecificeerd welke maatregelen precies worden genomen en tegen wie ze gericht zijn.
De verklaring van Burnham komt op een moment dat de spanningen tussen westerse landen en Iran al geruime tijd hoog oplopen. De Revolutionaire Garde wordt door verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, als terroristische organisatie beschouwd. Europese landen hebben de garde tot nu toe niet in haar geheel op die lijst geplaatst, al zijn er binnen de Europese Unie wel vaker discussies geweest over strengere maatregelen tegen het korps.
Het incident op Fairford past in een reeks van eerdere veiligheidskwesties waarbij westerse militaire installaties en belangen in het vizier kwamen. De Britse regering heeft tot dusver geen details vrijgegeven over de exacte toedracht op de basis. Wel is duidelijk dat Londen de zaak bijzonder ernstig neemt en dat de diplomatieke gevolgen voor de betrekkingen met Teheran aanzienlijk kunnen zijn.
De Iraanse autoriteiten hebben nog niet publiekelijk gereageerd op de beschuldiging van de Britse premier. Het is gebruikelijk dat Teheran beschuldigingen van betrokkenheid bij operaties tegen westerse doelen steevast ontkent. Of dat ook deze keer gebeurt, is nog af te wachten.
De komende dagen zal moeten blijken welke sancties Londen precies doorvoert en of bondgenoten binnen de NAVO en de Europese Unie een gelijkaardige koers volgen. De Britse regering heeft in elk geval duidelijk gemaakt dat ze de verantwoordelijkheid voor het incident bij de Revolutionaire Garde legt en dat er gevolgen aan verbonden worden.
2