Startende leerkrachten hebben het vaak moeilijk met klasmanagement omdat ze gezag verwarren met macht. Dat is de centrale vaststelling in de Oost-Vlaamse Leraarskamer, het overlegplatform van Knack waarin leraren en onderwijsprofessionals hun ervaringen delen. Wie net voor de klas staat, grijpt volgens de deelnemers sneller naar tieren, dreigen en straffen dan naar een doordachte pedagogische aanpak. Het resultaat is een gespannen klassfeer waarin leerlingen afhaken en de leerkracht nog meer controle probeert te krijgen.

De Leraarskamer legt de vinger op een structureel probleem in de lerarenopleiding. Klasmanagement is een vaardigheid die je niet uit een handboek leert, zo klinkt het. Je kunt er onmogelijk tijdens de opleiding in worden ondergedompeld op de manier waarop de praktijk dat vraagt. Alleen door effectief les te geven, jaar na jaar, groeit het inzicht in wat werkt en wat niet. Beginnende leerkrachten beschikken dus nog niet over het repertoire dat ervaren collega's hebben opgebouwd. Dat verklaart waarom zij vaker teruggrijpen naar machtsmiddelen: ze hebben nog geen alternatieven ontwikkeld om orde en betrokkenheid te combineren.

Het onderscheid tussen gezag en macht is daarbij cruciaal. Macht is afdwingbaar: straffen, dreigen met sancties, stemverheffing. Gezag daarentegen verwerven leerkrachten door consistentie, door relaties op te bouwen en door grenzen te stellen zonder de verbinding met leerlingen te verliezen. Wie gezag heeft, hoeft minder te straffen. Wie alleen macht heeft, moet blijven straffen om de orde te bewaren. Beginnende leerkrachten bevinden zich vaak in die tweede situatie, niet omdat ze slechte intenties hebben, maar omdat ze nog niet weten hoe ze de eerste moeten opbouwen.

De Oost-Vlaamse Leraarskamer brengt daarmee een debat op gang dat verder reikt dan individuele leerkrachten. Het roept vragen op over de inhoud en de duur van de lerarenopleiding, over de begeleiding van startende leraren in de eerste jaren voor de klas, en over de verwachtingen die scholen koesteren tegenover jonge collega's. Als klasmanagement vooral in de praktijk wordt geleerd, dan is de vraag hoe die praktijk zo goed mogelijk kan worden ondersteund. Meer stage-uren, intensievere mentoring of een verlengde inductieperiode zijn denkpistes die in het onderwijsdebat regelmatig terugkeren.

De Leraarskamer van Knack fungeert als een forum waar leraren zelf aan het woord komen over wat er in de klas en op school gebeurt. Door de nadruk te leggen op de kloof tussen theorie en praktijk, geeft het platform een stem aan een ervaring die breed gedeeld wordt in het Vlaamse onderwijs. Beginnende leerkrachten staan voor een dubbele opdracht: ze moeten hun vakinhoudelijke kennis omzetten in lessen en tegelijk een gezag opbouwen dat niet op angst is gebaseerd. Dat proces kost tijd, en die tijd wordt hen niet altijd gegund.

De conclusie van de Oost-Vlaamse Leraarskamer is dan ook nuchter: klasmanagement is een ambacht dat je al doende leert. Hoe meer je lesgeeft, hoe beter je erin wordt. Voor beleidsmakers en opleiders betekent dat een uitnodiging om de overgang van opleiding naar klaspraktijk serieus te nemen, en om startende leerkrachten niet alleen te laten worstelen met een opdracht waarvoor ze nog geen volledige uitrusting hebben. Wie gezag verwart met macht, heeft vooral meer tijd en begeleiding nodig om het verschil te leren maken.

4Weergaven

Auteur

Cultuur en sport

Lien Vermeulen — cultuur en sport, Dagkompas.