Huisartsen moeten zuiniger omspringen met het voorschrijven van maagzuurremmers. Dat advies staat centraal in een nieuwe richtlijn voor de eerste lijn. Maagzuurremmers, ook wel protonpompinhibitors of PPI's genoemd, behoren al jaren tot de meest voorgeschreven medicijnen in België. Ze worden gebruikt bij brandend maagzuur, reflux en maagzweren, maar liggen ook vaak op het nachtkastje van mensen zonder duidelijke maagklachten.

De kern van de boodschap is dat artsen niet langer standaard een maagzuurremmer moeten voorschrijven bij elke vorm van maaglast. In veel gevallen volstaan een aanpassing van de voeding, het vermijden van uitlokkende factoren zoals alcohol en vet eten, of een korte behandeling met een ander type medicijn. Ook het afbouwen van langdurig gebruik komt nadrukkelijker in beeld. Patiënten die al jaren een PPI slikken, wordt aangeraden dat niet op eigen houtje te stoppen, maar samen met de huisarts een schema op te stellen.

Voor patiënten betekent dit concreet dat een bezoek aan de huisarts er anders kan uitzien. Wie met maagklachten aanklopt, krijgt mogelijk eerst uitleg over levensstijl en voeding in plaats van meteen een voorschrift. Wie al langdurig maagzuurremmers gebruikt, kan een voorstel krijgen om de dosis te verlagen of het middel geleidelijk af te bouwen. Dat gebeurt stapsgewijs, omdat plotse stopzetting klachten kan doen terugkeren.

De nieuwe aanpak sluit aan bij een bredere beweging in de gezondheidszorg om medicatie gerichter en zuiniger in te zetten. Zowel artsen als apothekers krijgen daarbij een rol. Zij kunnen patiënten begeleiden bij het correct gebruiken van maagzuurremmers en wijzen op mogelijke bijwerkingen bij langdurig gebruik. Denk aan een verhoogd risico op botontkalking, nierproblemen of infecties. Die risico's wegen vaak niet op tegen de voordelen wanneer er geen duidelijke medische reden is om het middel te blijven slikken.

Voor mensen met een bewezen maagzweer, een ernstige refluxziekte of een ontsteking van de slokdarm blijft een maagzuurremmer wel degelijk aangewezen. De richtlijn is dan ook geen pleidooi om het middel volledig te bannen, maar om het selectiever te gebruiken. Patiënten die vragen hebben over hun eigen behandeling kunnen het beste contact opnemen met hun huisarts of apotheker. Zij kunnen samen bekijken of een aanpassing zinvol is en hoe dat veilig gebeurt.

3Weergaven

Auteur

Politiek

Wouter Claes — politiek, Dagkompas.