Geen enkele Brusselse school ontsnapt nog aan te hoge concentraties stikstofdioxide (NO2). Dat blijkt uit een studie van de burgerbeweging Les chercheurs d'air, die de luchtkwaliteit rond scholen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in kaart bracht. De vervuiling, vooral afkomstig van autoverkeer, ligt in alle onderzochte scholen boven de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
Toch is er ook een positieve tendens: steeds minder scholen worden blootgesteld aan extreem hoge niveaus van NO2. De pieken in de vervuiling nemen met andere woorden af. Dat betekent dat de meest zorgwekkende situaties geleidelijk verdwijnen, maar dat de algemene blootstelling nog altijd te hoog blijft.
Stikstofdioxide is een gas dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen, vooral door het wegverkeer. Het kan de luchtwegen irriteren en op lange termijn schadelijk zijn voor de gezondheid, zeker bij kinderen. De WHO hanteert daarom strikte richtwaarden voor de concentratie van NO2 in de lucht.
De studie van Les chercheurs d'air meet de luchtkwaliteit op specifieke locaties in Brussel, waaronder scholen. Eerdere campagnes van de organisatie wezen al op de problematische luchtkwaliteit in de stad. De nieuwe cijfers bevestigen dat het probleem structureel is: zelfs op scholen die niet aan de hoogste pieken blootstaan, blijft de vervuiling boven de gezondheidsdrempel.
Voor de Brusselse overheid en scholen betekent dit dat bijkomende maatregelen nodig blijven. De dalende pieken kunnen het resultaat zijn van eerder gevoerd beleid, zoals lage-emissiezones of verkeersbeperkingen, maar de studie toont aan dat die inspanningen nog niet volstaan om alle kinderen een gezonde lucht te bieden.
Les chercheurs d'air pleit dan ook voor een blijvende opvolging van de luchtkwaliteit rond scholen en voor maatregelen die de blootstelling structureel verlagen. De organisatie benadrukt dat elk kind recht heeft op schone lucht, ongeacht de buurt waar het naar school gaat.
De resultaten komen op een moment dat luchtkwaliteit in stedelijke gebieden steeds vaker op de politieke agenda staat. In Brussel is de discussie over mobiliteit en verkeersemissies al jaren een gevoelig thema. De nieuwe cijfers voegen daar een extra dimensie aan toe: niet alleen de algemene luchtkwaliteit, maar ook de specifieke situatie op schoolomgevingen vraagt aandacht.
Of de dalende pieken zich doorzetten, zal afhangen van het gevoerde beleid en van de mate waarin autoverkeer in de stad blijft afnemen. Voorlopig blijft de conclusie dat de Brusselse scholen weliswaar minder extreme uitschieters kennen, maar dat de basisvervuiling nog altijd te hoog is.
4