Trajectcontroles moeten de verkeersveiligheid verhogen en mogen niet dienen om de gemeentekas te spekken. Dat is de duidelijke boodschap die de Vlaamse regering aan de lokale besturen geeft. Minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) benadrukt dat het niet de bedoeling kan zijn dat trajectcontroles een verdienmodel worden.
Uit een recente studie blijkt dat iets meer dan de helft van de Vlaamse gemeenten niet specifiek aangeeft waaraan de inkomsten uit trajectcontroles worden besteed. Dat gebrek aan transparantie baart de minister zorgen. «Trajectcontroles moeten de verkeersveiligheid verhogen, niet de gemeentekas spekken», klinkt het bij De Ridder. Ze roept de lokale besturen dan ook op om duidelijk te communiceren over de besteding van de middelen.
De Vlaamse regering wil met deze boodschap een signaal geven aan de gemeenten. Het is niet de bedoeling dat trajectcontroles worden ingezet als een verkapte belasting. De minister wijst erop dat de opbrengsten moeten worden gebruikt voor verkeersveiligheidsmaatregelen, zoals het verbeteren van de infrastructuur of het sensibiliseren van weggebruikers. Op die manier kunnen trajectcontroles bijdragen aan een veiliger verkeer in Vlaanderen.
De discussie over trajectcontroles laait regelmatig op. Voorstanders wijzen op het effect op de verkeersveiligheid: op plaatsen waar trajectcontroles staan, daalt het aantal ongevallen vaak aanzienlijk. Tegenstanders zien ze vooral als een melkkoe voor gemeenten. De oproep van De Ridder moet die laatste perceptie wegnemen. Door transparant te zijn over de besteding van de inkomsten, kunnen gemeenten het vertrouwen van de burger behouden.
Het is nu aan de lokale besturen om gevolg te geven aan de oproep. De Vlaamse regering zal de situatie opvolgen. Duidelijk is dat trajectcontroles in de eerste plaats een instrument voor verkeersveiligheid moeten blijven, niet een bron van inkomsten. De bal ligt bij de gemeenten.