Premier Bart De Wever (N-VA) heeft in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken fel uitgehaald naar critici die het drugsgeweld in Brussel koppelen aan een lakse aanpak van de cocaïneaanvoer in Antwerpen. Volgens de premier klopt dat beeld niet en is de kritiek vooral een «laag-bij-de-gronds politiek spel». Hij noemde de aanvallen een slag in het gezicht van de mensen die op het terrein dagelijks hard werken.

De uitspraken vielen tijdens een debat over de drugscriminaliteit en de veiligheidssituatie in Brussel. De Wever reageerde daarmee op de suggestie dat de haven van Antwerpen te weinig zou doen om de instroom van cocaïne tegen te gaan, waardoor het geweld in de hoofdstad zou zijn toegenomen. Die redenering wees hij resoluut van de hand. Het is niet de eerste keer dat de premier zich verdedigt tegen wat hij als een politieke afrekening beschouwt.

In het debat richtte De Wever zich ook rechtstreeks tot Ridouane Chahid (PS). Volgens bronnen in de Kamer gebruikte de premier daarbij de Franse uitdrukking «le ridicule ne tue pas». Daarmee zette hij de toon van een zitting die sterk gepolariseerd verliep. De precieze aanleiding van de woordenwisseling lag in de beschuldigingen dat het federale en Antwerpse drugsbeleid tekortschiet en dat de gevolgen daarvan in Brussel zichtbaar zijn.

De Wever benadrukte dat de aanpak van cocaïneaanvoer in Antwerpen niet laks is. Hij wees erop dat er op het terrein veel inspanningen worden geleverd en dat de kritiek geen recht doet aan de realiteit. Volgens hem wordt het debat vertroebeld door politieke profilering, terwijl de veiligheidsdiensten en justitie blijven doorwerken aan de bestrijding van drugscriminaliteit.

De discussie in de Kamercommissie kadert in een bredere bezorgdheid over drugsgeweld in België. Brussel kreeg de voorbije periode te maken met gewelddadige incidenten die verband houden met drugsmilieus. Tegelijk blijft de haven van Antwerpen een van de belangrijkste toegangspoorten voor cocaïne in Europa. De vraag hoe de aanvoer doeltreffender kan worden afgesneden, staat al langer op de politieke agenda.

De uitlatingen van de premier lokten reacties uit bij oppositiepartijen. Zij vinden dat De Wever de kritiek te gemakkelijk afdoet als politiek spel en dat er meer duidelijkheid moet komen over de resultaten van het gevoerde beleid. De meerderheid steunt de premier in zijn verweer en benadrukt dat de bestrijding van drugscriminaliteit een langdurige inspanning vergt.

Wat de commissie betreft, blijft de kwestie op de agenda. Verwacht wordt dat er opnieuw over wordt gedebatteerd zodra er nieuwe cijfers of incidenten beschikbaar zijn. Voor De Wever is de kern duidelijk: hij verwerpt de link tussen het Antwerpse drugsbeleid en het geweld in Brussel en blijft achter de mensen staan die op het terrein werken.

Auteur

Cultuur en sport

Lien Vermeulen — cultuur en sport, Dagkompas.