Premier Bart De Wever (N-VA) heeft in de Kamercommissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing verklaard dat België nog maar één saneringsronde aankan. Volgens de premier is de huidige inspanning van 10 miljard euro niet voldoende om de federale overheidsfinanciën in veilig vaarwater te brengen. In de volgende legislatuur zal een nieuwe ronde van 10 miljard euro nodig zijn. «En dat kan niet zonder een staatshervorming. Dit België kan nog maar één saneringsronde aan», aldus De Wever.
De uitspraak valt in een periode waarin de federale regering al zware besparingen doorvoert. De Wever schetst daarmee een tweeledige opdracht voor de komende jaren: eerst de begroting verder saneren, daarna de institutionele architectuur van het land hervormen. Hij spreekt van een «institutionele ronde» die de volgende saneringsoperatie moet mogelijk maken. Zonder die structurele ingreep dreigt het land volgens hem vast te lopen in een nieuwe financieringscrisis.
De premier erkent tegelijk dat het praten over een nieuwe staatshervorming allesbehalve eenvoudig wordt. De visies van de partijen in de meerderheid en de oppositie lopen ver uiteen. Dat maakt een brede consensus over de bevoegdheidsverdeling tussen het federale niveau, de gewesten en de gemeenschappen bijzonder moeilijk. De Wever geeft toe dat dit een van de grootste hindernissen wordt voor de volgende regering.
De oproep van De Wever komt bovenop de toch al gespannen politieke sfeer rond de begroting. De federale regering heeft de afgelopen maanden moeten sleutelen aan uitgaven en inkomsten om de tekorten terug te dringen. Een extra sanering van 10 miljard euro in de volgende legislatuur zou de druk op de sociale zekerheid, de overheidsdiensten en de lokale besturen verder opvoeren. De Wever koppelt die inspanning expliciet aan een hervorming van de staatsstructuren, omdat hij anders onvoldoende ruimte ziet om de financiën duurzaam op orde te brengen.
In de Kamercommissie benadrukte de premier dat de huidige federale overheid nog één saneringsronde aankan. Daarmee plaatst hij de discussie over de staatshervorming opnieuw centraal in het politieke debat, ook al liggen de standpunten van de partijen ver uit elkaar. De komende maanden zal moeten blijken of er een basis te vinden is voor een nieuw institutioneel akkoord, of dat de volgende regering zonder zo'n akkoord aan een nieuwe besparingsronde moet beginnen.