Belgische gezinnen hebben in het tweede kwartaal van 2026 opnieuw minder opzijgezet. De spaarquote zakte naar 11,7 procent, het laagste peil sinds eind 2022. Toen bedroeg de spaarquote 11,2 procent. Dat blijkt uit nieuwe statistieken van de Nationale Bank.
De daling betekent dat huishoudens een kleiner deel van hun beschikbaar inkomen opzijzetten. De spaarquote meet welk percentage van het beschikbare inkomen niet wordt besteed en dus naar spaargeld of andere financiële activa vloeit. Een lagere quote wijst erop dat gezinnen meer van hun inkomen uitgeven of minder buffer opbouwen.
Opvallend is dat de terugval samenvalt met een periode waarin bedrijven hun marges zagen stijgen. Terwijl gezinnen minder overhielden, wisten ondernemingen hun winstgevendheid te versterken. Die vaststelling komt bovenop de cijfers over de spaarquote en schetst een beeld van een economie waarin de verhouding tussen huishoudens en bedrijven verschuift.
De Nationale Bank publiceert de spaarquote op kwartaalbasis. Het cijfer van 11,7 procent voor het tweede kwartaal van 2026 ligt onder het niveau van de voorbije kwartalen en doorbreekt de relatieve stabiliteit die de afgelopen jaren zichtbaar was. Sinds eind 2022 was de spaarquote niet meer zo laag.
De lagere spaarquote kan verschillende oorzaken hebben. Gezinnen kunnen meer besteden aan consumptie, maar ook geconfronteerd worden met hogere vaste kosten die hun beschikbare inkomen afromen. De statistieken van de Nationale Bank geven daarover geen uitsluitsel in de gepubliceerde cijfers, maar de evolutie is duidelijk: het spaargedrag van Belgische huishoudens verzwakt.
Voor de bredere economie is dat een relevant signaal. Minder sparen betekent minder financiële buffers bij gezinnen, wat op termijn de bestedingsruimte kan beperken. Tegelijk wijst de stijgende marge bij bedrijven erop dat de winstgevendheid in het bedrijfsleven niet noodzakelijk daalt wanneer huishoudens zuiniger worden.
De cijfers komen op een moment dat de Belgische economie wordt opgevolgd voor begroting, koopkracht en investeringsklimaat. De Nationale Bank volgt de evolutie van spaargeld, consumptie en bedrijfswinsten op de voet. Het nieuwe kwartaalcijfer zal dan ook worden meegenomen in de bredere analyse van de economische gezondheid van het land.
De spaarquote blijft met 11,7 procent nog steeds positief: gezinnen zetten nog altijd een deel van hun inkomen opzij. Maar het niveau ligt duidelijk lager dan in de recente periode, en de combinatie met stijgende bedrijfsmarges maakt de evolutie extra opmerkelijk.
2