De federale regering zoekt naar 10 miljard euro om de begroting in evenwicht te brengen, maar die inspanning dreigt niet te volstaan. Door de aanhoudende stijging van de rente kan vanaf 2029 een zogeheten rentesneeuwbal opnieuw op gang komen, een mechanisme dat de overheidsfinanciën steeds dieper in het rood duwt. Begrotingsexpert Wim Moesen van de KU Leuven analyseert het fenomeen en waarschuwt voor de gevolgen.
De rentesneeuwbal ontstaat wanneer de overheidsschuld zo hoog is dat de rentelasten op die schuld blijven aangroeien, zelfs zonder nieuwe leningen. De staat moet dan steeds meer geld lenen om de oplopende rente te betalen, waardoor de schuld verder stijgt en de rentelast opnieuw toeneemt. Het is een zichzelf voedend monster, aldus Moesen. Wie de jaren tachtig bewust heeft meegemaakt, herinnert zich nog hoe een dergelijke spiraal de economie en de overheidsfinanciën in een wurggreep hield.
Volgens nieuwe ramingen kan die dynamiek vanaf 2029 opnieuw beginnen te rollen. De rente stijgt al weken, en dat maakt de begrotingsoefening voor de federale regering extra moeilijk. De 10 miljard euro die het kabinet zoekt, is bedoeld om de tekorten terug te dringen, maar als de rentelasten blijven oplopen, kan dat bedrag als sneeuw voor de zon verdwijnen. De inspanning zou dan niet volstaan om de schuldgraad onder controle te krijgen.
Moesen benadrukt dat de rentesneeuwbal niet alleen een probleem is van de federale overheid. Ook de deelstaten en de sociale zekerheid voelen de druk, omdat zij mee instaan voor de financiering van de staatsschuld. Als de rente blijft stijgen, slaat dat op termijn neer op minder ruimte voor investeringen, onderwijs, gezondheidszorg en andere publieke diensten. De begroting wordt dan een kwestie van overleven in plaats van beleid voeren.
De expert wijst erop dat het fenomeen niet nieuw is. In de jaren tachtig zorgde een vergelijkbare rentesneeuwbal ervoor dat de overheidsschuld explosief toenam en dat de regering drastische besparingen moest doorvoeren. De herinnering daaraan maakt de huidige situatie des te zorgwekkender. De rente stijgt nu al weken, en de vooruitzichten voor de komende jaren zijn niet gunstig. Zonder tijdige ingreep dreigt de schuld tegen 2029 opnieuw in een versnelling te raken die moeilijk te stoppen is.
Om de rentesneeuwbal te stoppen, zijn ingrijpende maatregelen nodig. Moesen pleit voor een structurele aanpak die verder gaat dan een eenmalige besparing van 10 miljard euro. De regering moet de uitgaven in de hand houden, de economische groei stimuleren en de schuldgraad geleidelijk afbouwen. Alleen zo kan worden voorkomen dat de rentelasten de begroting volledig overheersen. De komende begrotingscontrole wordt dan ook een cruciale test voor de federale regering.
De federale regering staat voor een dubbele uitdaging: enerzijds moet ze de beloofde 10 miljard euro vinden, anderzijds moet ze de rentesneeuwbal afremmen voordat die vanaf 2029 echt begint te rollen. De tijd dringt, want elke maand dat de rente stijgt, wordt de opdracht zwaarder. De analyse van Moesen maakt duidelijk dat de begrotingsoefening geen eenmalige inspanning is, maar een langdurige strijd tegen een mechanisme dat zichzelf blijft voeden.
2