De tweetaligheid binnen de Brusselse politie neemt verder af. Nog slechts 45,1 procent van de agenten kan zich zowel in het Frans als in het Nederlands uitdrukken. Dat betekent dat minder dan de helft van het korps in de praktijk tweetalig is.
De cijfers komen uit een antwoord van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) op een parlementaire vraag van Barbara Pas, fractieleider van Vlaams Belang in de Kamer. Uit dat antwoord blijkt dat de tweetaligheid van de Brusselse politie erop achteruitgaat.
Brussel is officieel tweetalig, en dat heeft gevolgen voor de politie. Inwoners moeten zich in beide landstalen tot de politie kunnen richten, en agenten worden geacht in het Nederlands en het Frans te kunnen communiceren. Dat is niet alleen een kwestie van dienstverlening, maar ook van rechtszekerheid: wie een klacht indient, een verhoor ondergaat of een proces-verbaal ondertekent, moet dat in zijn eigen taal kunnen doen.
Dat nog maar 45,1 procent van de agenten beide talen beheerst, betekent dat een meerderheid van het korps niet aan die verwachting voldoet. De daling roept vragen op over de taalvereisten bij aanwerving en over de taalopleiding binnen de politie. In een tweetalige regio als Brussel weegt dat extra zwaar, omdat de bevolking zelf sterk verdeeld is over Nederlandstaligen, Franstaligen en anderstaligen.
De vaststelling komt er via een parlementaire vraag, wat betekent dat het cijfer nu officieel op tafel ligt. Minister Quintin heeft daarmee een beeld gegeven van de actuele taalvaardigheid binnen de Brusselse politie. Of er maatregelen volgen om het aantal tweetalige agenten op te krikken, is nog niet duidelijk.
De Brusselse politie opereert in een van de meest complexe bestuurlijke contexten van het land. Zes politiezones verdelen het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en de taalwetgeving legt strikte regels op voor het contact tussen politie en burger. Wanneer een groot deel van de agenten niet beide talen machtig is, kan dat in de praktijk leiden tot vertraging, misverstanden of zelfs procedurefouten.
De daling naar 45,1 procent past in een bredere discussie over de tweetaligheid van de Brusselse instellingen. De vaststelling dat minder dan de helft van de agenten nog tweetalig is, zal ongetwijfeld opnieuw vragen oproepen over de taalverhoudingen in het gewest. Voor de Vlaamse gemeenschap in Brussel is de politie vaak het eerste aanspreekpunt bij noodsituaties, en dan is de mogelijkheid om in het Nederlands te worden geholpen geen detail.
Het cijfer is afkomstig uit een schriftelijk antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken, wat betekent dat het gaat om een momentopname op basis van de beschikbare gegevens. Of de daling zich de komende jaren doorzet, zal moeten blijken uit nieuwe cijfers. Voorlopig staat vast dat de tweetaligheid van de Brusselse politie onder de symbolische grens van de helft is gezakt.