Het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) kent negen Vlaamse kernen een versterkte rol toe binnen het netwerk van steden en gemeenten. Dat heeft minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (CD&V) bekendgemaakt. De maatregel moet ervoor zorgen dat de betrokken gemeenten een duidelijkere regionale functie krijgen en dat bijkomende woningen, economische ruimte en regionale voorzieningen op geschikte locaties terechtkomen.
«Als er behoefte is aan bijkomende woningen, economische ruimte of regionale voorzieningen, moeten zij die op geschikte locaties kwaliteitsvol kunnen opvangen», aldus Brouns. Daarmee geeft de minister aan dat de versterkte rol geen automatische groeiopdracht is, maar een kader waarbinnen de gemeenten zelf kunnen bepalen waar en hoe ze ruimte vrijmaken voor ontwikkeling.
Het BRV is het Vlaamse beleidsplan dat de ruimtelijke ordening op lange termijn uittekent. Het plan bepaalt waar in Vlaanderen nog gebouwd, ondernomen en beschermd mag worden, en hoe de schaarse ruimte wordt verdeeld tussen wonen, werken, landbouw, natuur en infrastructuur. Met de aanduiding van negen kernen met een versterkte rol zet de Vlaamse regering in op een selectiever netwerk van steden en gemeenten dat de groei en voorzieningen in de regio kan dragen.
De keuze voor negen kernen past bij de bredere doelstelling van het BRV om het Vlaamse grondgebied efficiënter te gebruiken. Vlaanderen kampt al jaren met een versnipperde ruimtelijke structuur, waarbij woningen, bedrijven en voorzieningen verspreid over het landschap liggen. Door bepaalde gemeenten een sterkere regionale functie te geven, wil de regering de ontwikkeling bundelen op plaatsen waar de infrastructuur, de voorzieningen en de bereikbaarheid dat aankunnen.
Voor de betrokken gemeenten betekent de versterkte rol dat ze een grotere verantwoordelijkheid krijgen in de regionale ruimtelijke planning. Ze moeten niet alleen zelf voldoende ruimte voorzien voor wonen en economie, maar ook afstemmen met buurgemeenten en met de provinciale en Vlaamse overheden. De precieze invulling van die rol en de concrete gevolgen voor het vergunningenbeleid worden verder uitgewerkt in de uitvoering van het BRV.
Minister Brouns benadrukt dat de kwaliteit van de opvang centraal staat. Nieuwe woningen, bedrijventerreinen en regionale voorzieningen moeten op geschikte locaties komen, waar ze niet conflicteren met landbouw, natuur of leefmilieu. Dat sluit aan bij de doelstelling van het BRV om het ruimtegebruik te verduurzamen en om de open ruimte zoveel mogelijk te vrijwaren.
De bekendmaking van de negen kernen is een volgende stap in de uitrol van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Eerder werden al de algemene krijtlijnen van het plan vastgelegd. Met de versterkte regionale rol voor deze gemeenten krijgt het beleid nu een concretere geografische vertaling. De Vlaamse regering wil daarmee een duidelijk signaal geven aan lokale besturen en aan investeerders over waar ruimtelijke ontwikkeling in de toekomst prioritair kan plaatsvinden.
De komende maanden zal moeten blijken hoe de betrokken gemeenten hun nieuwe rol invullen en welke projecten daadwerkelijk worden gerealiseerd. Duidelijk is dat het BRV de verhoudingen tussen de Vlaamse steden en gemeenten op het vlak van ruimtelijke ordening blijft hertekenen, met negen kernen als nieuwe dragers van regionale ontwikkeling.