Advocaten die pleiten voor de Franstalige kamer van inbeschuldigingstelling in Brussel, krijgen voortaan maximaal tien minuten de tijd om hun pleidooi te houden. De maatregel is opmerkelijk en veroorzaakt heel wat beroering in het Brusselse justitiepaleis.
De kamer van inbeschuldigingstelling behandelt het hoger beroep tegen beslissingen van de onderzoeksrechter, bijvoorbeeld over de verlenging van de voorlopige hechtenis of de verwijzing naar de correctionele rechtbank. Advocaten pleiten er doorgaans uitgebreid over de procedure, de bewijslast en de persoonlijke situatie van hun cliënt. Dat een pleidooi nu tot tien minuten wordt beperkt, raakt aan de kern van het recht op verdediging.
Volgens de bronnen kan de rechtbank de toevloed aan zaken niet meer aan. De maatregel moet de achterstand inperken en de behandeling van dossiers versnellen. De precieze duur van de beperking en de vraag of ze tijdelijk of permanent is, wordt niet vermeld.
De beslissing lokt reacties uit bij de balie. Advocaten noemen de beperking problematisch, omdat een pleidooi van tien minuten onvoldoende ruimte laat om een zaak volledig uiteen te zetten. In de kamer van inbeschuldigingstelling gaat het vaak om complexe dossiers met meerdere partijen en zware gevolgen voor de betrokkene. Een korte pleittermijn kan ertoe leiden dat argumenten niet of onvolledig aan bod komen.
De maatregel past in een bredere discussie over de werkdruk en de middelen in de Belgische justitie. Brussel kampt al langer met lange doorlooptijden en een groeiend aantal zaken. De Franstalige kamer van inbeschuldigingstelling is daarin geen uitzondering. De vraag is of een tijdslimiet op pleidooien een structurele oplossing biedt of vooral de symptomen aanpakt.
Voorlopig blijft het onduidelijk of de maatregel wordt aangevochten of bijgestuurd. De commotie in het justitiepaleis wijst erop dat het debat over de toegang tot de rechter en de kwaliteit van de rechtspleging nog niet is afgerond.