De wereldwijde watervoorraden worden steeds schaarser. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). Rivierafvoeren nemen af, gletsjers krimpen en in veel regio's daalt het grondwaterpeil. Het rapport schetst een zorgwekkend beeld van de beschikbaarheid van zoet water op aarde.
Volgens waterwetenschapper Marjolein Vanoppen is er een belangrijk aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien. «Veel water zit niet meer op het land, maar in onze lucht en in onze zeeën. Dat is een gevolg van de klimaatverandering waar we niet vaak bij stilstaan», zegt ze. Door stijgende temperaturen verdampt meer water uit bodems, rivieren en meren, waarna het in de atmosfeer terechtkomt of in de oceanen verdwijnt. Het water is daarmee niet verdwenen, maar wel verplaatst naar plaatsen waar het voor mens en natuur moeilijk beschikbaar is.
De gevolgen van die verschuiving zijn voelbaar in grote delen van de wereld. Rivieren voeren minder water af, wat niet alleen gevolgen heeft voor de drinkwatervoorziening, maar ook voor de landbouw, de scheepvaart en de energieproductie. Gletsjers, die in veel bergregio's als natuurlijke waterbuffers fungeren, smelten in een versneld tempo af. Daardoor raken seizoensgebonden watervoorraden verder uit evenwicht. In droge periodes kan dat leiden tot watertekorten, terwijl hevige regenval in andere periodes juist voor overstromingen zorgt.
Ook het grondwaterpeil daalt in tal van regio's. Grondwater is voor miljoenen mensen de belangrijkste bron van drinkwater en wordt daarnaast intensief gebruikt voor irrigatie in de landbouw. Wanneer het peil daalt, moeten putten dieper worden geboord en raken watervoerende lagen uitgeput. Het herstel van zulke reserves duurt jaren of zelfs decennia.
De WMO brengt de wereldwijde watercyclus jaarlijks in kaart om overheden en beleidsmakers te informeren over de toestand van de watervoorraden. Het rapport benadrukt dat de klimaatverandering niet alleen temperaturen beïnvloedt, maar ook de manier waarop water zich over de planeet verplaatst. Die verschuiving raakt aan voedselzekerheid, economische activiteit en de leefbaarheid van steden en plattelandsgebieden.
Waterwetenschappers pleiten daarom voor een betere monitoring van rivierafvoeren, gletsjermassa's en grondwaterstanden. Zonder betrouwbare gegevens is het moeilijk om tijdig in te grijpen of om waterbeleid aan te passen aan een veranderend klimaat. Ook het beheer van wateropslag en irrigatie kan helpen om periodes van droogte beter door te komen.
De vaststelling dat water zich verplaatst van het land naar de lucht en de zeeën, betekent niet dat er wereldwijd minder water is. Wel wordt het water moeilijker bereikbaar op de plekken waar mensen het nodig hebben. Dat maakt de waterproblematiek tot een van de minder zichtbare, maar ingrijpende gevolgen van de klimaatverandering.