Een verblijf in een Vlaams woonzorgcentrum wordt dit jaar voor de tweede keer duurder. Bijna alle rusthuizen in Vlaanderen zullen hun maandfactuur in oktober met minstens 2 procent indexeren, waardoor de gemiddelde prijs stijgt naar bijna 2.380 euro per maand. Dat blijkt uit cijfers over de prijsontwikkeling in de sector.
De nieuwe indexering betekent concreet dat bewoners er gemiddeld zo'n 46,5 euro per maand bij krijgen. Voor veel gepensioneerden is dat een zware dobber, want hun pensioen stijgt minder sterk mee. De oorzaak ligt bij de zogenoemde centenindex: die was al in september van kracht, terwijl de rusthuisfacturen pas in oktober worden aangepast. Daardoor lopen de pensioenen en de rusthuiskosten uit de pas.
Volgens berekeningen stijgt een pensioen in dezelfde periode met ongeveer 40 euro, een verschil van ruim 6 euro per maand ten opzichte van de rusthuisfactuur. Op jaarbasis loopt dat verschil verder op. De vraag dringt zich dan ook op of een kamer in een woonzorgcentrum stilaan een luxeproduct wordt. Sectororganisaties en patiëntenverenigingen wijzen er al langer op dat de kosten voor permanente zorg steeds sneller stijgen dan de inkomens van ouderen.
De indexering is geen geïsoleerd feit. Het is al de tweede keer dit jaar dat de rusthuisfacturen in Vlaanderen omhooggaan. Eerder dit jaar gebeurde dat ook al, waardoor de cumulatieve stijging voor bewoners aanzienlijk is. Woonzorgcentra verantwoorden de verhoging met gestegen kosten voor personeel, energie en voeding, maar voor bewoners met een bescheiden pensioen wordt de rekening steeds moeilijker te dragen.
De Vlaamse overheid houdt via de zorgkassen en de Vlaamse Zorgverzekering een deel van de kosten in de hand, maar de eigen bijdrage van bewoners blijft een heikel punt. Oppositiepartijen in het Vlaams Parlement vragen al langer naar een structurele oplossing, terwijl de sector pleit voor meer middelen om de kwaliteit van de zorg overeind te houden. Voorlopig blijft het wachten op een politiek antwoord op de stijgende factuur.
1