In Vlaanderen zijn voor het eerst besmettingen met het westnijlvirus vastgesteld die lokaal zijn opgelopen. Het Departement Zorg meldt vijf waarschijnlijke gevallen. Eén van hen is opgenomen in het ziekenhuis. De besmettingen deden zich voor op plaatsen in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant waar eerder al het virus werd aangetroffen bij paarden en vogels.
Het gaat om de eerste keer dat het westnijlvirus bij mensen in Vlaanderen wordt opgelopen zonder dat er sprake is van een reis naar een gebied waar het virus endemisch is. De besmettingen werden geregistreerd in regio's waar ook bij paarden en vogels besmettingen zijn waargenomen. Dat wijst erop dat het virus lokaal circuleert tussen vogels en muggen, en van daaruit ook mensen kan treffen.
Volgens het Departement Zorg blijft de kans om besmet te raken en ziek te worden klein. De meeste mensen die met het virus in aanraking komen, ontwikkelen geen of slechts milde symptomen. Een minderheid krijgt griepachtige verschijnselen zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. In zeldzame gevallen kan het virus leiden tot ernstige neurologische aandoeningen, zoals hersenvliesontsteking of encefalitis. Mensen met een verzwakt immuunsysteem en ouderen lopen een hoger risico op een ernstig verloop.
Viroloog Steven Van Gucht verwacht dat het aantal besmettingen in werkelijkheid hoger ligt dan de vijf gevallen die nu zijn vastgesteld. «Sowieso nog meer besmettingen met westnijlvirus dan vijf die we nu al gevonden hebben», zei hij aan VTM NIEUWS. Dat komt doordat veel besmettingen onopgemerkt blijven: naar schatting tachtig procent van de mensen die het virus oplopen, krijgt geen klachten en wordt dus niet getest. De vijf geregistreerde gevallen zijn daardoor waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg.
Het westnijlvirus wordt overgedragen door muggen, met name de gewone huissteekmug en de moerassteekmug. Vogels vormen het natuurlijke reservoir van het virus. Muggen die zich voeden met besmette vogels, kunnen het virus vervolgens op mensen en paarden overdragen. Het virus wordt niet van mens op mens overgedragen via hoesten of niezen, maar in theorie wel via bloedtransfusies of orgaantransplantaties. Besmetting via een muggenbeet is de gebruikelijke route.
In Europa duikt het westnijlvirus steeds vaker op in gebieden waar het voorheen niet voorkwam. Klimaatverandering en warmere zomers spelen daarbij een rol, omdat muggen zich sneller voortplanten en het virus zich bij hogere temperaturen sneller vermenigvuldigt. Ook in Nederland en Duitsland zijn de afgelopen jaren lokale besmettingen vastgesteld. Vlaanderen volgt nu die trend.
Het Departement Zorg benadrukt dat preventie belangrijk blijft. Mensen kunnen zich beschermen tegen muggenbeten door insectenwerende middelen te gebruiken, beschermende kleding te dragen en stilstaand water in tuinen en op terrassen te verwijderen, omdat muggen daar hun eitjes leggen. Voor paardenhouders geldt een extra waakzaamheid, omdat paarden gevoelig zijn voor het virus en ernstig ziek kunnen worden.
De vaststelling van de eerste lokale besmettingen betekent niet dat er een uitbraak is. De autoriteiten volgen de situatie op de voet en blijven waakzaam. De kans voor de gemiddelde Vlaming om besmet te raken en ziek te worden, blijft volgens het Departement Zorg klein. Toch is de registratie van deze vijf gevallen een belangrijk signaal dat het westnijlvirus nu ook in Vlaanderen lokaal circuleert.