België heeft van alle EU-landen waarvoor cijfers beschikbaar zijn de laagste werkzaamheidsgraad bij mensen met een nationaliteit van buiten de Europese Unie. Slechts 51,6 procent van de 20- tot 64-jarigen in die groep werkt. Het gemiddelde in de EU ligt op 65 procent. Het verschil is aanzienlijk, en het gaat om een groep die op de Belgische arbeidsmarkt een steeds grotere rol speelt.
Toch blijkt de geschatte etnische achterstelling bij sollicitaties in ons land niet hoger te liggen dan in veel andere Europese landen. Dat is het opvallende resultaat van een analyse van het Gentse onderzoeksconsortium UGent@Work, waarover het Vlaamse dagblad Knack bericht. De onderzoekers kijken dus verder dan discriminatie alleen als verklaring voor de lage werkzaamheidsgraad. Discriminatie bij de aanwerving is één factor, maar ze verklaart niet het volledige beeld.
Dat maakt de bevinding relevant voor wie het arbeidsmarktbeleid bepaalt. Een aanpak die zich louter richt op antidiscriminatie bij sollicitaties kan volgens de cijfers onvoldoende zijn. De lage tewerkstelling van niet-EU-burgers wijst op een complexer probleem, waarbij meerdere factoren samenkomen. Welke factoren precies de doorslag geven, en in welke mate, vraagt om een verdere uitdieping die in de beschikbare bronnen niet verder wordt uitgewerkt.
Opvallend is ook de vergelijking met de rest van de Unie. Terwijl België onderaan bungelt op het vlak van werkzaamheid bij niet-EU-burgers, scoort het land op de geschatte sollicitatiediscriminatie niet slechter dan veel buurlanden. Die combinatie suggereert dat het probleem niet enkel in de selectiefase van de aanwerving zit. Het gaat om de volledige weg naar een job, van toegang tot de arbeidsmarkt tot het behoud van werk.
Voor de betrokkenen zelf heeft die achterstand concrete gevolgen. Een lagere werkzaamheidsgraad betekent doorgaans een zwakkere financiële positie, minder maatschappelijke deelname en een grotere afhankelijkheid van uitkeringen. Daarmee raakt de kwestie niet alleen de individuele werkzoekenden, maar ook de bredere samenleving en de betaalbaarheid van het sociale systeem. Het onderzoek van UGent@Work plaatst de cijfers in dat bredere kader, zonder het probleem tot één oorzaak of één verantwoordelijke te herleiden.
4