De vlammen op de Hoge Venen zijn gedoofd, maar politiek blijft de grootste natuurramp uit de Belgische geschiedenis nasmeulen. De commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer komt vandaag vervroegd uit vakantie om minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) aan de tand te voelen. De centrale vraag: was ons land voldoende voorbereid op een dergelijke ramp?

De spoedzitting volgt op kritische berichten dat er al anderhalf jaar geleden gewaarschuwd werd voor de risico’s in het natuurgebied, maar dat daar niets mee werd gedaan. Oppositiepartijen willen nu weten waarom die waarschuwingen niet tot concrete maatregelen hebben geleid. Opvallend: over de klimaatverandering als oorzaak zal het debat volgens de agenda niet gaan.

Minister Quintin ontkent dat België niet voorbereid was op een ramp zoals die in de Hoge Venen. Tijdens de zitting gaf hij de Kamer een dubbele boodschap. Enerzijds verdedigde hij de aanpak van de hulpdiensten en de coördinatie tijdens de brand. Anderzijds erkende hij dat er lessen getrokken moeten worden uit het verloop van de gebeurtenissen. Daarbij gaf hij de Kamer ook een lesje staatskunde over de verdeling van bevoegdheden tussen de federale overheid en de deelstaten.

De zitting kende echter een opvallend probleem: er waren te weinig ministers aanwezig voor een grondig debat. Daardoor kon de discussie over de grootste natuurramp in de Belgische geschiedenis niet volledig worden gevoerd. Critici wezen erop dat de afwezigheid van andere bevoegde ministers de kwaliteit van het debat ondermijnde, net nu de politiek een duidelijk signaal zou moeten geven aan de hulpverleners en de getroffen bevolking.

Vooruit liet weten dat de aanpak van de minister volgens de partij toch een beetje meer mag zijn. De partij verwees daarbij naar het principe ‘never waste a crisis’: een ramp als deze moet volgens Vooruit ook leiden tot structurele verbeteringen in de crisisbeheersing en de preventie van natuurbranden. De partij wil dat de federale overheid meer middelen vrijmaakt voor de bestrijding van dergelijke branden en dat de samenwerking tussen de verschillende overheden wordt versterkt.

Professor Herman Matthijs, die in een opiniestuk reageerde op de politieke discussie, stelt dat de politiek moet beseffen dat hulpverlening een prioritaire taak is van de overheid. Hij wijst erop dat de brand op de Hoge Venen niet alleen een ecologische ramp is, maar ook een test voor de Belgische crisisstructuur. De vraag is volgens hem niet of er fouten zijn gemaakt, maar of het systeem in staat is om bij een volgende ramp sneller en efficiënter te reageren.

De brand op de Hoge Venen, die dagenlang woedde in het natuurgebied op de grens van Luik en Luxemburg, heeft duizenden hectaren natuur verwoest. De hulpdiensten werden massaal ingezet om de vlammen te bestrijden, onder meer met blusvliegtuigen en gespecialiseerde teams. De schade aan het unieke hoogveenlandschap is groot en het herstel zal naar verwachting jaren duren.

De commissie Binnenlandse Zaken wil van Quintin onder meer weten welke maatregelen er sinds de eerdere waarschuwingen zijn genomen, hoe de coördinatie tussen de verschillende hulpdiensten verliep en of er voldoende materieel beschikbaar was. Ook de communicatie naar de bevolking en de evacuaties in de getroffen gemeenten komen aan bod. De antwoorden van de minister zullen naar verwachting bepalen of de brand een politiek staartje krijgt in de vorm van een breder parlementair onderzoek.

De uitkomst van de zitting is ook belangrijk voor de geloofwaardigheid van de federale crisisstructuur. België kent een complexe verdeling van bevoegdheden op het vlak van hulpverlening, waarbij zowel de federale overheid, de gewesten als de provincies en gemeenten een rol spelen. De brand op de Hoge Venen heeft die structuur onder druk gezet en blootgelegd waar de knelpunten liggen. Of die knelpunten nu ook worden aangepakt, is de vraag die de Kamer vandaag aan de minister stelt.

Auteur

Economie

Femke Peeters — economie, Dagkompas.