Politicoloog Carl Devos stelt dat België zich in een diepe begrotingscrisis bevindt en dat de regeringen de bevolking dringend perspectief moeten bieden. In zijn analyse wijst hij op de precaire financiële toestand van het land, waarbij de federale regering op zoek is naar 10 miljard euro. Dat bedrag ligt aanzienlijk hoger dan de 7,7 miljard euro die Europa van ons land vraagt.
Volgens Devos is die extra inspanning nodig om ruimte te creëren voor onvoorziene omstandigheden. „Er is wat marge nodig voor onvoorziene bedreigingen”, schrijft hij. De hogere doelstelling moet de begroting weerbaar maken tegen tegenvallers die zich tijdens de regeerperiode kunnen voordoen. De keuze voor een ambitieuzer traject dan Brussel oplegt, is daarmee ook een bewuste strategische beslissing van de federale meerderheid.
Tegelijk waarschuwt Devos voor de politieke risico’s die aan de operatie verbonden zijn. De cohesie binnen de zogenaamde Arizona-coalitie staat onder druk nu de onderhandelingen over de begroting intensiveren. „Als de federale begrotingsoperatie mislukt, is Arizona dood en is de schade er voor iedereen”, stelt hij. Een falen zou niet alleen de federale regering treffen, maar ook het vertrouwen in de politiek als geheel verder ondermijnen.
De politicoloog benadrukt dat de sanering geen eenmalige oefening is. België zal nog jaren moeten besparen om de overheidsfinanciën structureel gezond te maken. Die langdurige inspanning dreigt echter op weerstand te stuiten bij een bevolking die al jaren geconfronteerd wordt met stijgende kosten en dalend vertrouwen in de instellingen. Daarom is het volgens Devos hoog tijd dat de regeringen de burgers uitzicht bieden op betere tijden, ook al blijft de boodschap van besparingen onvermijdelijk.
De analyse van Devos komt op een moment dat de federale regering de begrotingscontrole voorbereidt. De zoektocht naar 10 miljard euro raakt aan tal van gevoelige domeinen, van sociale zekerheid tot overheidsinvesteringen. Binnen de meerderheid liggen de accenten verschillend, wat de onderhandelingen complex maakt. De uitkomst zal bepalend zijn voor het verdere verloop van de regeerperiode en voor de geloofwaardigheid van de coalitie.
Devos plaatst de Belgische situatie ook in een breder perspectief. De hoge schuldgraad en de structurele begrotingstekorten beperken de beleidsruimte van de overheid. Zonder geloofwaardig saneringstraject dreigen de rentelasten verder op te lopen en komt de financiering van de sociale zekerheid en de openbare diensten steeds meer onder druk te staan. De komende jaren zullen daarom in het teken staan van besparingen, maar zonder hoop op verbetering dreigt het draagvlak daarvoor snel te verdwijnen.