Brussels burgemeester Philippe Close (PS) verwijt de Antwerpse haven onvoldoende beveiligd te zijn tegen de instroom van drugs. Volgens Close zullen de schietpartijen in Brussel niet ophouden zolang de haven niet harder wordt aangepakt. Zijn uitspraken komen er na een nieuwe reeks gewelddadige incidenten in de hoofdstad, die door de drugshandel worden aangewakkerd.
Antwerps burgemeester Els van Doesburg (N-VA) kaatst de kritiek echter onmiddellijk terug. Ze stelt dat de criminaliteit per inwoner in Antwerpen lager ligt dan in Brussel. «In Antwerpen maken we keuzes en stellen we prioriteiten om criminaliteit tegen te gaan, de heer Close maakt er in Brussel andere», aldus Van Doesburg. Daarmee wijst ze de schuldvraag van Close van de hand en legt ze de bal opnieuw bij het Brusselse beleid.
De uitwisseling tussen beide burgemeesters illustreert de groeiende spanning tussen de twee steden over de aanpak van de drugscriminaliteit. De Antwerpse haven geldt al jaren als een van de belangrijkste toegangspoorten voor cocaïne in Europa. De voorbije jaren investeerden de havenautoriteiten, de federale politie en het Antwerpse parket fors in de strijd tegen drugssmokkel, onder meer via scanners, cameratoezicht en gerichte controles. Toch blijft de haven een zwakke schakel in de internationale drugshandel.
In Brussel zorgt het drugsgeweld intussen voor een gespannen sfeer in verschillende wijken. De voorbije maanden vielen er meerdere schoten in de hoofdstad, vaak in het kader van afrekeningen binnen drugsmilieus. Close vraagt daarom niet alleen meer middelen voor de haven, maar ook een betere samenwerking tussen de verschillende politiezones en de federale gerechtelijke diensten. Hij herhaalt daarmee een eerdere oproep aan de federale regering om de strijd tegen de drugshandel te versterken.
Van Doesburg benadrukt op haar beurt dat Antwerpen de voorbije jaren een eigen aanpak heeft ontwikkeld die resultaten oplevert. Ze verwijst daarbij naar de daling van het aantal geweldsincidenten in de haven en de toenemende inbeslagnames van drugs. «Wij pakken de drugshandel aan waar die begint, aan de kaaien», zegt ze. «Wie in Brussel met geweld kampt, moet daarom niet naar Antwerpen kijken, maar naar het eigen beleid.»
De woordenwisseling komt op een moment dat de federale regering werkt aan een nieuw veiligheidsplan voor de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. Zowel Brussel als Antwerpen dringen daarbij aan op extra middelen, maar de twee steden verschillen duidelijk van mening over de prioriteiten. De vraag wie verantwoordelijk is voor het aanpakken van de drugshandel dreigt zo opnieuw een communautaire lading te krijgen, met de PS en de N-VA tegenover elkaar.