Het parket heeft een onderzoek geopend naar menselijke beenderen die eerder aan het licht kwamen bij graafwerken in de tuin van een nieuwbouwwoning in Astene, een deelgemeente van Deinze in Oost-Vlaanderen. Dat bevestigt het gerecht na een lugubere vondst die de eigenaar van het pand maandenlang bezighield.
Peter, 59, bouwde er een droomhuis in een rustige buurt. Toen hij het gras wilde inzaaien, stootte de aannemer met de graafmachine op menselijke resten. «Mijn eerste gedachte? Dit is toch wel een erg lugubere vondst», zegt hij over het moment waarop de beenderen werden aangetroffen. Wat volgde, was een maandenlange lijdensweg: Peter bleef achter met een werfemmer vol schedelresten en botten, zonder te weten wie er onder zijn toekomstige gazon lag.
De vondst roept vragen op over de identiteit van de dode en over hoe die daar terechtkwam. Het spoor leidt volgens de beschikbare informatie langs verzetsstrijders en een gecrashte bommenwerper, wat wijst op een mogelijke link met de Tweede Wereldoorlog. Het parket onderzoekt nu de zaak om duidelijkheid te scheppen over de herkomst van de resten.
Voor Peter en zijn gezin betekent het onderzoek een stap vooruit in een verhaal dat maanden aansleepte. De man bleef achter met de resten in een emmer, terwijl hij wachtte op antwoorden. De vraag wie er begraven lag in zijn tuin, is voorlopig nog niet beantwoord.
Het gerechtelijk onderzoek moet uitwijzen of het gaat om een historisch slachtoffer, bijvoorbeeld een neergestorte piloot of een verzetsstrijder, dan wel om een recenter overlijden. Zolang de identificatie niet is afgerond, blijft de precieze toedracht onduidelijk.
De zaak illustreert hoe een alledaagse bouwwerf in een rustige woonwijk kan uitmonden in een gerechtelijk dossier. Voor de bewoners van Astene blijft het voorlopig wachten op de resultaten van het onderzoek.