De vermogenskloof in België blijft groot. De 10 procent rijkste huishoudens bezitten 54,4 procent van het totale nettovermogen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Nationale Bank van België (NBB).
In totaal hadden alle Belgische huishoudens in het eerste kwartaal van 2026 samen een nettovermogen van 3.145 miljard euro. Het gaat om het saldo van alle bezittingen — waaronder vastgoed, spaargeld, aandelen en obligaties — na aftrek van schulden zoals hypotheken en consumentenkredieten.
De cijfers bevestigen een trend die al langer zichtbaar is: een relatief kleine groep gezinnen bezit een onevenredig groot deel van het totale vermogen. Concreet betekent dit dat iets meer dan de helft van alle rijkdom in handen is van een tiende van de bevolking. De onderste helft van de bevolking daarentegen beschikt over een veel kleiner aandeel.
Volgens de NBB is de vermogensongelijkheid in België wel minder uitgesproken dan in de eurozone als geheel. Dat neemt niet weg dat de kloof ook bij ons aanzienlijk blijft. Om tot de rijkste 10 procent te behoren, volstaat een nettovermogen van ongeveer 1,16 miljoen euro. Dat blijkt uit eerdere analyses op basis van dezelfde gegevens.
De cijfers roepen vragen op over de mate waarin vermogen wordt opgebouwd en doorgegeven. Vastgoed vormt voor veel Belgische gezinnen de belangrijkste component van het vermogen, maar de toegang daartoe is niet gelijk verdeeld. Wie al over een woning of een beleggingsportefeuille beschikt, ziet die doorgaans in waarde stijgen. Wie moet huren of weinig spaarruimte heeft, blijft achter.
De NBB publiceert de cijfers over het nettovermogen van huishoudens regelmatig. Ze bieden een momentopname van de financiële positie van Belgische gezinnen en vormen een basis voor economisch en politiek debat over fiscaliteit, erfenissen en vermogensbelasting. De precieze samenstelling van het vermogen — hoeveel vastgoed, hoeveel financiële activa — verschilt sterk per inkomensgroep.
De vaststelling dat de rijkste 10 procent meer dan de helft van het totale vermogen bezit, is geen nieuw gegeven, maar de omvang blijft opvallend. De cijfers onderstrepen dat vermogensongelijkheid een structureel kenmerk is van de Belgische economie. Voor beleidsmakers blijft de vraag hoe ze een evenwicht vinden tussen het stimuleren van vermogensopbouw en het beperken van al te grote verschillen.
2