De inflatie in België is deze maand verder gestegen naar 4,69 procent. Daarmee komt het cijfer dicht bij de grens van 5 procent. De gezondheidsindex, die als basis dient voor de aanpassing van de lonen, blijft echter steken op 4 procent. Dat verschil heeft gevolgen voor de koopkracht van gewone gezinnen.
«Daardoor stijgen de lonen minder snel dan de levensduurte en verliest het doorsneegezin aan koopkracht», zegt professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent). De gezondheidsindex is een afgeleide van de consumptieprijsindex, maar houdt geen rekening met bepaalde producten zoals tabak, alcohol en brandstoffen. Net die categorieën zorgen de laatste maanden voor extra prijsstijgingen.
De oplopende inflatie is voor een belangrijk deel het gevolg van dure energie en hoge brandstofprijzen. Die hangen samen met de aanhoudende oorlog in het Midden-Oosten, die de wereldwijde olieprijzen opdrijft. Omdat brandstoffen niet in de gezondheidsindex zitten, blijven de loonindexeringen achter bij de algemene prijsstijgingen.
Voor werknemers betekent dit dat hun loon wel stijgt, maar minder snel dan de kosten van levensonderhoud. De kloof tussen de reële inflatie en de gezondheidsindex bedraagt nu bijna 0,7 procentpunt. Dat vertaalt zich in een geleidelijke uitholling van de koopkracht, vooral voor gezinnen die een groot deel van hun budget aan voeding, verwarming en vervoer besteden.
De stijging naar 4,69 procent is de hoogste in drie jaar. Economen wijzen erop dat de inflatie hardnekkig blijft door de combinatie van dure energie, oplopende voedselprijzen en verstoringen in de toeleveringsketens. De Europese Centrale Bank houdt de situatie nauwlettend in het oog, maar heeft voorlopig geen nieuwe rentestappen aangekondigd.
Voor de Belgische regering en de sociale partners is het verschil tussen de gezondheidsindex en de werkelijke inflatie een gevoelig thema. Vakbonden pleiten ervoor om de indexering te baseren op de reële prijsstijgingen, terwijl werkgevers waarschuwen voor een loon-prijsspiraal. Professor Baert benadrukt dat de huidige situatie vooral nadelig is voor de middeninkomens en lagere inkomens, die minder buffer hebben om prijsstijgingen op te vangen.
De komende maanden wordt duidelijk of de inflatie verder oploopt richting 5 procent of stabiliseert. Veel hangt af van de energieprijzen en de geopolitieke situatie. Voor gezinnen blijft het voorlopig zaak om de uitgaven in de gaten te houden, want de koopkracht staat onder druk.
3