Kunstenaar Anne-Mie Van Kerckhoven kijkt in een openhartig interview terug op de moeilijke beginjaren van haar carrière. «Ik wist heel goed dat wat ik maakte waarde had. Maar niemand kocht het. Ik voelde mij compleet een dikke nul», vertelt ze. De uitspraak vat de frustratie samen van een periode waarin erkenning uitbleef, terwijl ze zelf overtuigd was van de kwaliteit van haar werk.
Van Kerckhoven groeide later uit tot een van de meest vooraanstaande Belgische kunstenaars van haar generatie. Haar werk, dat vaak de grens tussen technologie, vrouwelijkheid en het menselijk lichaam verkent, hangt inmiddels in vooraanstaande musea en galerieën. Maar die bekendheid kwam niet vanzelf. De kloof tussen haar eigen artistieke overtuiging en de reactie van het publiek en de markt zorgde voor een langdurige periode van twijfel en zelfverwijt.
In het interview gaat ze dieper in op de psychologische impact van die jaren. Het gevoel van waardeloosheid, zo vertelt ze, was overweldigend en liet haar niet los. Toch bleef ze maken, gedreven door een innerlijke noodzaak die sterker bleek dan de externe bevestiging die uitbleef. Die vastberadenheid vormde uiteindelijk de basis van haar latere succes.
De carrière van Van Kerckhoven is een illustratie van de trage, vaak ondankbare weg die kunstenaars afleggen. Waar sommige tijdgenoten snel doorbraken, moest zij jaren wachten op de erkenning die ze verdiende. Haar verhaal werpt ook een licht op de mechanismen van de kunstwereld, waarin commercieel succes en artistieke waarde zelden gelijk oplopen.
Vandaag wordt Van Kerckhoven internationaal geprezen en is haar werk niet meer weg te denken uit het hedendaagse kunstlandschap. Toch blijft de herinnering aan die vroege jaren scherp. De uitspraak over de «dikke nul» is dan ook niet alleen een persoonlijke bekentenis, maar ook een getuigenis over de kwetsbaarheid van elke maker die tegen de stroom in roeit.