Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bereidt een dwangtoezicht voor op de gemeente Sint-Joost-ten-Node. De aanleiding is de slechte staat van de gemeentefinanciën, die al langer als een rommeltje worden omschreven. De procedure is lopende, maar stuit op verzet van het gemeentebestuur.

Burgemeester Emir Kir (onafhankelijk) voelt zich geviseerd door het Gewest. Hij noemt de nakende maatregel «niet proportioneel» en spreekt van een «onrechtvaardige procedure». Kir plant dan ook de Brusselse regering in gebreke te stellen. Daarmee zet hij de juridische degens kruisen met het Gewest, dat het financieel beheer van de gemeente wil corrigeren.

Dwangtoezicht is een zwaar middel in de Belgische bestuurlijke verhoudingen. Het betekent dat een hogere overheid — in dit geval het Brussels Gewest — tijdelijk de financiële beslissingsmacht van een gemeente overneemt of nauwlettend controleert. Zoiets gebeurt normaal pas wanneer een lokaal bestuur er niet in slaagt om zijn begroting in evenwicht te houden of wanneer er ernstige aanwijzingen zijn van wanbeheer. Voor Sint-Joost ligt de aanleiding in de vaststelling dat de boekhouding en de financiële planning niet op orde zijn.

De gemeente Sint-Joost-ten-Node is een van de kleinste maar dichtstbevolkte gemeenten van het Brussels Gewest. Ze kampt al jaren met een krappe financiële marge, onder meer door een beperkte eigen belastingbasis en een hoge vraag naar sociale dienstverlening. De precieze omvang van de financiële problemen is niet publiek gemaakt, maar de kwalificatie «een rommeltje» geeft aan dat het niet om een louter technische kwestie gaat.

Het verzet van Kir is opmerkelijk omdat een burgemeester doorgaans eerder geneigd is om met het Gewest te onderhandelen dan om publiekelijk de confrontatie te zoeken. Door de regering in gebreke te stellen, probeert hij de procedure te vertragen of te laten toetsen. Of dat juridisch haalbaar is, hangt af van de precieze gronden die het Gewest aanvoert en van de vraag of de gemeente vooraf voldoende kansen kreeg om bij te sturen.

Voor de inwoners van Sint-Joost kan het dossier gevolgen hebben voor de lokale dienstverlening en de gemeentebelastingen. Dwangtoezicht gaat in de praktijk vaak gepaard met een saneringsplan, besparingen of het uitstellen van investeringen. Zolang de procedure loopt, blijft de gemeente evenwel bevoegd voor haar dagelijkse werking. Het is nog niet duidelijk wanneer het Gewest een definitieve beslissing neemt of welke voorwaarden daaraan verbonden worden.

Het dossier raakt ook aan een bredere discussie over de verhouding tussen het Brussels Gewest en de negentien gemeenten. Het Gewest beschikt over instrumenten om in te grijpen wanneer lokale besturen hun financiële huishouding niet op orde krijgen, maar de toepassing ervan ligt politiek gevoelig. Gemeenten zien een dergelijke ingreep al snel als een inbreuk op hun autonomie, terwijl het Gewest wijst op zijn verantwoordelijkheid voor de algemene financiële stabiliteit.

Kir heeft aangekondigd de regering in gebreke te stellen, een stap die doorgaans voorafgaat aan een juridische procedure. Daarmee blijft de bal voorlopig in het kamp van het Gewest. Dat moet nu duidelijk maken op welke wettelijke basis het dwangtoezicht steunt en waarom het de maatregel noodzakelijk acht. De komende weken wordt duidelijk of het tot een daadwerkelijk dwangtoezicht komt of dat beide partijen alsnog een vergelijk vinden.

3Weergaven

Auteur

Economie

Femke Peeters — economie, Dagkompas.