Het Brusselse wintermoratorium op uithuiszettingen moet huurders beschermen, maar N-VA-parlementslid Mathias Vanden Borre stelt dat de maatregel het tegendeel bereikt. Volgens hem creëert de regeling een juridisch en sociaal moeras waarin huurders steeds dieper in de schulden wegzakken. Verhuurders zouden daarbij machteloos toekijken, terwijl de gevolgen voor beide partijen oplopen.
Vanden Borre gaat verder dan de kritiek op de sociale gevolgen. Hij wijst erop dat rechterlijke uitspraken maandenlang dode letter kunnen blijven, omdat een uithuiszetting tijdens de winterperiode niet kan worden uitgevoerd. Een beslissing van de rechter die al is genomen, wordt zo voor lange tijd niet uitgevoerd. Dat ondermijnt volgens hem het vertrouwen in de Brusselse huurmarkt. Een winterstop die acht maanden kan duren, noemt hij daarom nefast, zowel voor huurders als voor verhuurders.
Die situatie maakt de vraag naar het moment van ingrijpen urgent. Vanden Borre stelt dat het probleem niet pas in de winter moet worden aangepakt, maar veel eerder in het huurproces. Zijn conclusie is dat wie uithuiszettingen écht wil voorkomen, vroeger moet optreden. Een opschorting van het probleem tijdens de koude maanden lost volgens hem niets op en laat de schulden alleen maar verder oplopen.
Zijn kritiek sluit aan bij een ander dossier over opvang en kosten van publieke gebouwen, al gaat het om een andere stad. In Antwerpen klaagt oppositiepartij Groen aan dat de stad per maand 139.000 euro huur blijft betalen voor een voormalig hotel aan het Kalverveld in Borgerhout, en dat nog tot mei volgend jaar. In dat gebouw werden tot eind april Oekraïense vluchtelingen opgevangen, maar sindsdien staat het leeg. Groen vraagt zich af waarom die uitgave wordt voortgezet zonder dat het pand wordt gebruikt.
Schepen Koen Kennis (N-VA) verklaart dat het contract bewust niet is opgezegd, om te voorkomen dat mensen op straat zouden belanden. Die keuze botst met de kritiek van Groen op de kosten, maar ze toont ook de afweging die lokale besturen moeten maken tussen financiële lasten en de bescherming van kwetsbare mensen. Voor de Brusselse huurders en verhuurders blijft de centrale vraag dezelfde: hoe kan een woningmarkt werken wanneer rechterlijke beslissingen door een wettelijke pauze niet worden uitgevoerd?
2