Het Franse onderwijsprotest volgt niet langer de democratische logica, maar die van de revolutie. Dat stelt politiek journaliste Isolde Van den Eynde in een analyse. Ze reageert op de gewelddadige protesten die Frankrijk al dagen in hun greep houden, met molotovcocktails en vlammenwerpers als wapens. «Protest is het ventiel van een democratie – maar wat als het ventiel omslaat naar molotovcocktails en vlammenwerpers?» zo luidt haar centrale vraag.
Van den Eynde wijst erop dat het protest tegen het onderwijsbeleid van de Franse regering steeds verder afglijdt van het democratische midden. Waar betogingen normaal een uitlaatklep zijn voor onvrede, zien we nu een dynamiek waarbij geweld niet langer een randverschijnsel is, maar een doel op zich lijkt te worden. De journaliste plaatst dat in een bredere context van een samenleving die in brand staat.
Een opvallend element in haar analyse is de rol van linkse politici. Ze noemt met name Jean-Luc Mélenchon, leider van La France Insoumise (LFI), die het geweld van jonge betogers lyrisch zou hebben omschreven als de «vulkanische» jeugd. Volgens Van den Eynde legitimeert hij daarmee impliciet het geweld. «Kortom: geweld kan in sommige situaties legitiem zijn. Maar dat is niet langer de logica van de democratie, maar van een revolutie,» schrijft ze.
De analyse raakt aan een bredere discussie over de grenzen van protest in een democratie. Betogen en staken zijn fundamentele rechten, maar wanneer geweld wordt verheerlijkt door politieke leiders, verschuift het speelveld. De vraag is of de Franse democratie bestand is tegen deze ontwikkeling, of dat het ventiel definitief is omgeslagen.
Frankrijk kent een lange traditie van protest, maar de huidige golf van gewelddadige acties roept vragen op over de rol van politieke partijen. LFI heeft zich de afgelopen jaren geprofileerd als de stem van de straat, maar volgens critici draagt die houding bij aan polarisatie. Van den Eynde lijkt die zorg te delen: de logica van de revolutie ondermijnt de democratische dialoog.
Het is niet de eerste keer dat Frankrijk geconfronteerd wordt met gewelddadige protesten. Eerdere bewegingen, zoals de gele hesjes, leidden eveneens tot rellen en vernielingen. Toch is de huidige situatie volgens Van den Eynde anders, omdat het geweld nu openlijk wordt omarmd door een deel van het politieke establishment. Dat maakt de dynamiek onvoorspelbaar.
De journaliste pleit niet voor een verbod op protest, maar waarschuwt wel voor de gevolgen van het verheerlijken van geweld. Een democratie leeft bij de gratie van debat en vreedzaam verzet. Zodra dat verzet een revolutionair karakter krijgt, komt de rechtsstaat onder druk te staan. Het is een les die ook buiten Frankrijk relevant is.
De analyse van Van den Eynde verschijnt op een moment dat de Franse regering worstelt met de aanhoudende onrust. De onderwijshervormingen liggen gevoelig, maar de manier waarop het protest verloopt, baart steeds meer zorgen. Voorlopig lijkt een oplossing ver weg, zolang beide partijen vasthouden aan hun eigen logica.
4