Voor de tussentijdse verkiezingen van 3 november zetten de Democraten voormalig president Barack Obama in als troefkaart. Obama, die 65 is, trok in Ohio en Michigan van leder tegen Trump. Hij stelt dat de oorlog van Trump tegen Iran de brandstofprijzen en de levensduurte opdrijft, en dat is het thema waarmee hij kiezers probeert te bereiken.
De inzet van Obama past in de bredere strategie van de Democratische partij om de midterms te winnen. Tussentijdse verkiezingen in de Verenigde Staten gaan over het Huis van Afgevaardigden en een deel van de Senaat, en gelden traditioneel als een test voor de zittende president. Voor de Democraten draait het erom of ze een parlementaire meerderheid kunnen veroveren of behouden. Obama treedt daarbij op als het gezicht van de partij in twee staten waar de campagne zich concentreert.
Amerikakenner Bart Kerremans van de KU Leuven vraagt zich af of Obama zijn partij echt kan helpen. Volgens Kerremans kan Obama sterk mobiliserend werken bij de Democratische achterban. Tegelijk waarschuwt hij dat die kracht niet mag leiden tot een onderschatting van Trumps eigen mobiliserende kracht. Trump heeft een loyale kiezersbasis die bij eerdere verkiezingen sterk reageerde op zijn campagnes, en die basis mag volgens Kerremans niet worden afgeschreven.
Het verschil tussen mobilisatie van de eigen achterban en het overtuigen van twijfelende kiezers is daarbij cruciaal. Obama kan Democraten die weinig enthousiasme voelen opnieuw warm maken, maar de vraag is of zijn boodschap ook kiezers bereikt die niet vanzelfsprekend op de Democraten stemmen. Dat maakt de rol van de voormalige president tot een kwestie van timing en overtuigingskracht, niet alleen van bekendheid.
De komende weken zal de campagne uitwijzen of de Democraten hun achterban in beweging krijgen en of hun boodschap over brandstofprijzen en levensduurte ook buiten hun traditionele kiezers aanslaat. De uitslag van 3 november zal bepalen of de inzet van Obama het verschil heeft gemaakt.
3