Vlaamse sportclubs hebben nog nooit zoveel leden geteld. Bijna 1,5 miljoen inwoners zijn aangesloten bij een club, blijkt uit cijfers van Sport Vlaanderen. Dat is een absoluut record. Vooral de instroom van senioren valt op: ook zij vinden steeds vaker de weg naar het verenigingsleven.
De populariteit is het grootst bij kinderen. Eén op de twee kinderen tussen 7 en 14 jaar sport intussen in clubverband. Dat betekent dat de helft van alle kinderen in die leeftijdsgroep lid is van minstens één sportclub. Bij jongeren blijft de club daarmee een van de belangrijkste vrijetijdsbestedingen.
De cijfers wijzen op een brede beweging: niet alleen jeugd, maar ook volwassenen en senioren zoeken aansluiting bij een sportclub. De goesting om te bewegen is duidelijk aanwezig in Vlaanderen. Dat vertaalt zich in een stijgend aantal leden over alle leeftijdsgroepen heen.
Het succes heeft echter een keerzijde. Steeds meer clubs kunnen de toestroom niet aan. «In heel Vlaanderen moeten sportclubs een ledenstop doorvoeren of wachtlijsten aanleggen», klinkt het. Wie zich vandaag wil inschrijven, botst soms op een volgeboekte werking of een wachtlijst die maanden kan oplopen.
De druk op de clubs is het gevolg van een structureel succes. Jarenlang groeide het aantal leden, maar de infrastructuur en het aantal vrijwilligers groeiden niet in hetzelfde tempo mee. Clubs kampen met een tekort aan trainers, begeleiders en beschikbare uren in de sportaccommodaties. Daardoor kunnen ze niet iedereen opvangen die wil deelnemen.
Voor de Vlaamse sportwereld is de uitdaging dubbel. Enerzijds is er de positieve vaststelling dat meer mensen dan ooit willen sporten in clubverband. Anderzijds dreigt dat succes mensen buiten te sluiten als de capaciteit niet wordt uitgebreid. Wie op een wachtlijst belandt, haakt soms af of zoekt alternatieven buiten de club.
De cijfers van Sport Vlaanderen maken ook duidelijk dat de sportparticipatie in Vlaanderen niet gelijk verdeeld is. Er zijn gemeenten waar bijzonder veel inwoners lid zijn van een club, terwijl in andere gemeenten meer mensen langs de zijlijn blijven staan. De lokale verschillen zijn groot, al geeft de bron geen volledige rangschikking per gemeente vrij.
De vaststelling dat senioren steeds vaker aansluiten, is nieuw. Lang werd sport in clubverband vooral met jeugd geassocieerd, maar dat beeld kantelt. Oudere leden zorgen voor een andere dynamiek in clubs: ze sporten vaker overdag, vragen andere begeleiding en blijven soms jaren lid. Dat kan de werking versterken, maar vraagt ook aanpassingen van het aanbod.
Voor clubs betekent de groei dat ze keuzes moeten maken. Een ledenstop is een noodoplossing die de druk tijdelijk verlicht, maar tegelijk mensen teleurstelt. Wachtlijsten geven dan weer aan dat de vraag structureel groter is dan het aanbod. Zonder extra ruimte, begeleiding en financiering blijft dat onevenwicht bestaan.
De sportclubs in Vlaanderen staan daarmee voor een dubbele opdracht: het succes vasthouden en tegelijk zorgen dat iedereen die wil sporten ook effectief terechtkan. De cijfers van Sport Vlaanderen tonen dat de vraag er is. Of het aanbod die vraag kan volgen, is de volgende vraag die de sportsector bezighoudt.
2