Bijziendheid groeit wereldwijd uit tot een gezondheidsprobleem. Als de internationale trend zich doorzet, kunnen tegen 2050 ongeveer een miljoen Belgische kinderen bijziend zijn. Daarvoor waarschuwt de Algemene Professionele Opticiens- en Optometristenbond van België (APOOB).
De beroepsvereniging maakt de cijfers bekend naar aanleiding van de Week van het Zien, die loopt van 3 tot 10 oktober. Met die campagne wil de sector de aandacht vestigen op het belang van goede oogzorg, in het bijzonder bij kinderen.
Bijziendheid of myopie betekent dat iemand veraf gelegen voorwerpen wazig ziet, terwijl dichtbij scherp blijft. De aandoening is meestal het gevolg van een te lang oog of een te sterk gekromd hoornvlies, waardoor het licht niet correct op het netvlies valt. Kinderen met bijziendheid krijgen vaker te maken met vermoeide ogen, hoofdpijn en concentratieproblemen op school. Op latere leeftijd verhoogt bijziendheid het risico op ernstige oogaandoeningen zoals netvliesloslating, glaucoom en maculadegeneratie.
De stijging van het aantal bijziende kinderen is een internationale trend. Wereldwijd neemt het aantal gevallen al decennialang toe, vooral in stedelijke gebieden en in landen waar kinderen veel tijd binnen doorbrengen en weinig buiten spelen. Ook in België zijn de eerste tekenen van die evolutie zichtbaar. De APOOB baseert zich op internationale cijfers en op de vaststelling dat ook bij ons steeds meer jonge kinderen een bril of contactlenzen nodig hebben om ver te kunnen kijken.
De oorzaken van de toename zijn divers. Erfelijkheid speelt een rol, maar ook levensstijl en omgevingsfactoren hebben een duidelijke invloed. Kinderen die veel tijd achter schermen doorbrengen en weinig natuurlijk licht zien, lopen een groter risico. Buiten spelen beschermt de ogen: het natuurlijke licht en het kijken in de verte remmen de ontwikkeling van bijziendheid af. Daarom pleiten experts voor een combinatie van vroege signalering en preventie.
De APOOB vraagt dan ook dat er meer aandacht komt voor het opsporen van bijziendheid bij jonge kinderen. Vroege detectie is belangrijk omdat de aandoening zich vaak geleidelijk ontwikkelt en in het begin weinig klachten geeft. Kinderen merken zelf niet altijd dat ze minder scherp zien; ze passen zich aan of beseffen niet dat hun zicht niet optimaal is. Ouders en leerkrachten kunnen signalen opvangen, zoals een kind dat dicht bij het bord wil zitten, vaak de ogen knijpt of klaagt over hoofdpijn na het lezen.
Een regelmatige oogcontrole bij een opticien of optometrist kan bijziendheid tijdig aan het licht brengen. Bij vaststelling zijn er verschillende mogelijkheden om de progressie af te remmen, waaronder speciale brillenglazen, contactlenzen en in sommige gevallen medicatie. Hoe vroeger de diagnose, hoe groter de kans dat verdere verslechtering beperkt blijft.
De Week van het Zien, die loopt van 3 tot 10 oktober, kadert in die boodschap. De campagne wil het brede publiek bewust maken van het belang van preventieve oogzorg. Voor de APOOB is de groeiende bijziendheid bij kinderen een signaal dat er structureel werk moet worden gemaakt van vroege opsporing, zowel in de eerstelijnszorg als op school.
Als er niets verandert, dreigt het aantal bijziende kinderen in België tegen 2050 op te lopen tot ongeveer een miljoen. Dat cijfer onderstreept volgens de beroepsvereniging dat oogzorg geen luxe is, maar een noodzakelijk onderdeel van de gezondheidszorg voor kinderen.
4