De hersenen van de zowat 70.000 kinderen die vanaf 1 september aan het eerste leerjaar beginnen, zullen er aan het einde van het schooljaar anders uitzien dan bij de start. Dat blijkt uit onderzoek door neuropedagogen van LIVO, het KU Leuven Instituut voor Onderwijsonderzoek. Het leren lezen en schrijven laat diepe sporen na in de hersenstructuur van jonge kinderen.
Het onderzoek toont aan dat het aanleren van deze basisvaardigheden niet alleen een kwestie is van oefening en herhaling, maar dat het brein zelf structureel verandert. Bij kinderen die leren lezen en schrijven, worden nieuwe verbindingen tussen verschillende hersengebieden aangelegd. Die veranderingen zijn meetbaar en blijken al na één schooljaar duidelijk aanwezig te zijn. Het gaat dus om een fundamenteel proces dat zich voltrekt tijdens het eerste leerjaar.
De bevindingen van de Leuvense onderzoekers onderstrepen het belang van het eerste leerjaar in de schoolloopbaan van een kind. De vaardigheden die kinderen daar opdoen, vormen niet alleen de basis voor verdere schoolse kennis, maar hebben ook een aantoonbaar effect op de ontwikkeling van het brein. Neuropedagogen benadrukken dat deze periode cruciaal is voor de cognitieve ontwikkeling van kinderen.
De start van het schooljaar brengt echter ook ongelijkheden aan het licht. Niet elk kind begint op 1 september met dezelfde kansen. Kinderen uit kwetsbare gezinnen hebben meer kans op een leerachterstand bij de start van het nieuwe schooljaar, omdat de zomervakantie ongelijke taal- en leerkansen blootlegt. Experts pleiten daarom voor voldoende taal- en oefenkansen buiten de school, tijdens het hele jaar én tijdens elke schoolvakantie. Op die manier kan de kloof tussen kinderen uit verschillende gezinsachtergronden verkleind worden.
De combinatie van deze twee inzichten is belangrijk voor het onderwijsbeleid. Enerzijds tonen de hersenonderzoeken aan hoe ingrijpend het leerproces in het eerste leerjaar is. Anderzijds wijzen de signalen over de zomervakantie op de noodzaak om ook buiten de schoolmuren leer- en oefenkansen te creëren, zodat alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, optimaal kunnen profiteren van die cruciale periode in hun hersenontwikkeling.
Voor ouders en leerkrachten betekent dit dat het eerste leerjaar meer is dan het aanleren van letters en cijfers. Het is een periode waarin de basis wordt gelegd voor de verdere cognitieve ontwikkeling van het kind. De wetenschappelijke inzichten van LIVO kunnen helpen om het onderwijs in Vlaanderen verder te versterken en om gericht aandacht te besteden aan kinderen die bij de start van het schooljaar een achterstand dreigen op te lopen.