September voelt alweer anders, maar meteoroloog Frank Deboosere stelde deze week een simpele vraag: zijn we de extreem warme zomer nu al vergeten? De cijfers van het KMI maken duidelijk waarom die terugblik meer is dan een seizoensgebonden gevoel. De zomer van 2026 was in Ukkel de warmste sinds het begin van de metingen in 1833.
Het gemiddelde over juni, juli en augustus kwam uit op 20,3 graden, tegenover een normale zomerwaarde van 17,9 graden. Daarmee werd het vorige record overschreden. Ook de gemiddelde maximumtemperatuur bereikte met 25,2 graden een recordniveau.
Het uitzonderlijke karakter zat niet alleen in een paar hete dagen. Van 16 juni tot en met 18 augustus kwam de maximumtemperatuur in Ukkel 64 dagen na elkaar op minstens 20 graden uit. Zo'n lange aaneengesloten periode van zacht tot warm zomerweer geeft een ander beeld dan een klassieke hittegolf van enkele dagen: de warmte bleef langdurig in het dagelijkse weer aanwezig.
Het KMI registreerde bovendien drie hittegolven tijdens de zomer. Dat is uitzonderlijk, al is het geen absoluut record in aantal: in 1947 waren er vier. Het seizoen was ook zeer zonnig. Samen verklaren die elementen waarom veel mensen 2026 als een lange, droge en warme zomer hebben ervaren, zelfs wanneer afzonderlijke dagen lokaal sterk konden verschillen.
Deboosere gebruikte op 8 september zijn eigen website om opnieuw aandacht te vragen voor die uitzonderlijke periode. Zijn vraag is herkenbaar omdat het weergeheugen kort kan zijn. Een koelere of nattere week in september maakt het gemakkelijk om te vergeten hoe lang de voorafgaande warmte duurde.
Voor klimaatstatistiek telt echter niet het geheugen van één week, maar een gestandaardiseerde meetreeks. Ukkel is daarvoor de Belgische referentie. Eén recordzomer bewijst op zichzelf niet wat elk afzonderlijk weerfenomeen veroorzaakt, maar ze past wel in een meetbare context waarin warme extremen en hoge gemiddelden nauwkeurig worden gevolgd.
Het verschil tussen weer en klimaat is daarbij essentieel. Een zonnige dag in september zegt weinig over een langetermijntrend, net zoals een koude winterweek een warme zomer niet ongedaan maakt. Klimatologen kijken naar reeksen, gemiddelden, extremen en de frequentie waarmee records worden gebroken.
Voor gezinnen en steden zijn die cijfers praktisch relevant. Langdurige warmte beïnvloedt slaap, gezondheid, watergebruik, woningen, groenvoorziening en de vraag naar koeling. Wie in een slecht geïsoleerd appartement woont, ervaart een reeks warme dagen anders dan iemand in een koele woning met schaduw. Ook lokale hitte-eilanden kunnen de belasting vergroten.
De zomer is intussen meteorologisch voorbij. Het KMI zal de volgende seizoenen blijven vergelijken met de normale waarden en de historische reeks. Debooseres vraag blijft daardoor hangen: niet omdat we elke warme dag moeten onthouden, maar omdat een record pas betekenis krijgt wanneer het in die langere meetgeschiedenis wordt geplaatst.