De Vlaamse overheid geeft te veel geld uit aan luxewagens voor haar topambtenaren. Dat stelt oppositiepartij Vlaams Belang op basis van cijfers die Vlaams Parlementslid Tom Lamont heeft opgevraagd. Uit die cijfers blijkt dat dertien van de overheidsvoertuigen een cataloguswaarde van meer dan 90.000 euro hebben. Het gaat onder meer om modellen van BMW en Audi die de kaap van 100.000 euro ruim overschrijden.
Lamont hekelt niet alleen de aankoopprijs van de wagens, maar ook het feit dat topambtenaren een beroep kunnen doen op een chauffeur. Volgens hem is dat een vorm van luxe die niet te verantwoorden valt tegenover de burger. De oppositiepartij eist dan ook strengere regels voor het wagenpark van de Vlaamse administratie. Vlaams Belang wil dat de overheid zuiniger omspringt met publieke middelen en dat het aantal dure voertuigen wordt teruggeschroefd.
De kwestie raakt aan een breder debat over de kosten van de Vlaamse overheid en de verloning van haar topambtenaren. De voorbije jaren klonk vaker kritiek op de omvang en de kosten van de overheidsadministratie. De cijfers die Lamont heeft opgevraagd, voeden die discussie opnieuw. Het gaat om een concreet voorbeeld van hoe publieke middelen worden besteed, en dat maakt de politieke gevoeligheid groot.
Vlaams Belang wil met de cijfers aantonen dat er een verschil is tussen de retoriek van besparingen en de praktijk van de uitgaven. De partij vraagt dat de Vlaamse regering duidelijke limieten oplegt aan de aankoop en het gebruik van dienstwagens. Daarbij gaat het niet alleen om de aankoopprijs, maar ook om de totale kost, inclusief brandstof, onderhoud en personeel. Volgens de partij is het niet uit te leggen dat topambtenaren in wagens van meer dan een ton rondrijden terwijl er op andere domeinen moet worden bespaard.
Het is nu aan de meerderheid om te reageren op de vraag van de oppositie. De bal ligt bij de Vlaamse regering, die zal moeten aangeven of zij bereid is de regels aan te scherpen. Tot nu toe is daarover nog geen standpunt ingenomen. De komende weken zal moeten blijken of het dossier op de politieke agenda wordt gezet of dat het beperkt blijft tot een eenmalige oproep van de oppositie.
6