Politiek journaliste Isolde Van den Eynde uit scherpe kritiek op politici die geweld in Frankrijk en België niet streng genoeg afwijzen. Ze wijst op de tegenstelling tussen de rouw om de dood van de Brusselse politieagent Nordine El Talbi en het taalgebruik waarbij agenten een week later «vandalen in uniform» worden genoemd. Volgens Van den Eynde is die combinatie niet houdbaar.
De journaliste reageert daarmee op een breder debat over de omgang met gewelddadige incidenten en de politieke duiding ervan. Ze stelt dat wie de ene week een agent betreurt die bij de uitoefening van zijn ambt om het leven kwam, niet de week daarna het korps in zijn geheel kan wegzetten als ordeloos. Die vaststelling raakt aan de geloofwaardigheid van het politieke discours over veiligheid en handhaving.
PVDA ziet de nadruk op geweld als een afleidingsmanoeuvre voor wat de partij terechte bezorgdheden noemt. Van den Eynde draait die redenering om. Zij stelt dat het net degenen zijn die extreem geweld gebruiken, die de eisen van burgers en politieke actoren van tafel duwen. Door geweld centraal te stellen in de analyse, wordt volgens haar duidelijk wie de ruimte voor een inhoudelijk debat beknot.
De dood van Nordine El Talbi blijft ondertussen ook gerechtelijk doorwerken. Twee verdachten die in België werden opgepakt in het onderzoek naar zijn dood in Jette, blijven minstens een maand langer in de cel. Dat besliste de Brusselse raadkamer. Hun advocaten kunnen nog beroep aantekenen tegen die beslissing.
In hetzelfde dossier is ook de eigenaar van de gecarjackte wagen onder een aanhoudingsmandaat geplaatst. Het Brussels parket bevestigde dat. De precieze rol van de eigenaar in het onderzoek is daarmee nog niet publiek uitgeklaard, maar de aanhouding wijst erop dat het gerechtelijk onderzoek zich over meer dan alleen de vermoedelijke daders uitstrekt.
De combinatie van het publieke debat en het lopende onderzoek maakt de kwestie gevoelig. Enerzijds is er de politieke verantwoordelijkheid om geweld ondubbelzinnig te veroordelen, anderzijds de juridische voorzichtigheid die bij een lopend dossier past. Van den Eynde plaatst haar kritiek uitdrukkelijk in het eerste luik: de manier waarop politici zich uitspreken over geweld en over de politie als instelling.
Haar tussenkomst valt samen met een periode waarin de verhouding tussen politie en samenleving in Brussel onder druk staat. De dood van een agent bij een carjacking in Jette heeft het debat over de risico's van het politiewerk opnieuw op de agenda gezet. Tegelijk blijft de vraag hoe politieke partijen zich tot dat werk verhouden, en of hun taalgebruik in tijden van rouw en in tijden van conflict dezelfde maatstaf volgt.
Van den Eynde besluit dat de volgorde van de feiten niet omkeerbaar is. Wie eerst een agent herdacht en daarna het korps als geheel in diskrediet brengt, verliest volgens haar de logica uit het oog. De balans tussen het betreuren van een individueel slachtoffer en het bekritiseren van een instelling blijft daarmee het kernpunt van haar betoog.
1