Het begrotingsconclaaf van het Brussels Gewest is nog niet afgerond. Bij de onderhandelingen is naar verluidt «nog flink wat werk voor de boeg». Dat signaal komt uit de onderhandelingskamer, waar de partijen die een nieuwe Brusselse regering vormen samen zoeken naar een akkoord over de begroting.
De gesprekken gaan over de financiële ruimte van het Gewest voor de komende jaren. Brussel kampt met een structureel tekort en stijgende uitgaven, terwijl de inkomsten onder druk staan. Een begrotingsakkoord is een noodzakelijke voorwaarde voor de vorming van een nieuwe regering. Zonder een akkoord over de cijfers kunnen de partijen geen regeerakkoord afronden.
De onderhandelingen verlopen moeizaam. Dat is niet verrassend: de Brusselse begroting is al jaren een pijnpunt. De vorige regering moest herhaaldelijk bijsturen om de tekorten te beperken. De nieuwe ploeg staat voor de opdracht om de uitgaven in de hand te houden zonder de dienstverlening aan de Brusselaars te ondermijnen. Tegelijk moet er ruimte blijven voor investeringen in mobiliteit, huisvesting en veiligheid.
Volgens bronnen dicht bij de gesprekken is er nog geen doorbraak. De partijen zouden elkaar nog steeds vinden in de analyse dat er «flink wat werk voor de boeg» is. Dat betekent dat er nog moet worden onderhandeld over concrete besparingen en nieuwe inkomsten. De vraag is of alle partijen bereid zijn om de nodige toegevingen te doen.
De Brusselse regering wordt gevormd na de verkiezingen van juni. Sindsdien proberen de partijen een meerderheid te vinden en een regeerakkoord te schrijven. De begroting is daarbij het sluitstuk. Zolang er geen cijferakkoord is, blijft de vorming van de regering in de wachtkamer. Dat zorgt voor onzekerheid bij de administratie en bij de Brusselse instellingen, die met een voorlopige begroting moeten werken.
De druk op de onderhandelaars neemt toe. De begroting moet immers tijdig worden ingediend en goedgekeurd. Als dat niet lukt, dreigt het Gewest in een systeem van voorlopige twaalfden te belanden. Dat beperkt de uitgaven tot het niveau van het vorige jaar en maakt nieuwe initiatieven onmogelijk. Voor een gewest dat al jaren worstelt met een krap budget is dat een weinig benijdenswaardig vooruitzicht.
De komende dagen moeten uitwijzen of de partijen elkaar vinden. Het conclaaf gaat verder, maar een akkoord is nog niet in zicht. De boodschap blijft dat er nog flink wat werk voor de boeg is.
2