De 84-jarige ondernemer Johan De Letter heeft twee dagen voor zijn overlijden 183 miljoen euro geschonken aan zijn 71-jarige zakenpartner. Dat gebeurde via een testament dat hij in zijn ziekenhuiskamer liet opmaken. De schenking staat centraal in de strijd om zijn fortuin, zo blijkt uit een reconstructie van de omstandigheden waarin de cruciale keuze tot stand kwam.
Uit de reconstructie blijkt dat artsen de mentale toestand van De Letter in vraag stelden. Een arts zou hem zelfs «onbekwaam» hebben bevonden om geld te beheren. Dat staat op gespannen voet met de schenking van 183 miljoen euro die hij kort voor zijn dood nog deed. «Iemand die een testament opmaakt, moet nog beseffen wat hij doet en zegt», klinkt het in de reconstructie. Die vaststelling raakt de kern van de zaak: was de ondernemer op het moment van de ondertekening nog wilsbekwaam?
Het document dat in de ziekenhuiskamer werd opgemaakt, is het centrale stuk in het geschil over de nalatenschap. De schenking aan de zakenpartner gebeurde amper twee dagen voor het overlijden van De Letter. De nabestaanden en andere betrokkenen betwisten vermoedelijk de geldigheid van dat testament, preciseren de bronnen niet. De reconstructie legt wel de nadruk op de tegenstrijdigheid tussen de medische vaststellingen en de financiële beslissing die daarop volgde.
De zaak roept bredere vragen op over de bescherming van personen die op het einde van hun leven nog grote vermogensbeslissingen nemen. In België moet iemand die een testament opmaakt, wilsbekwaam zijn op het ogenblik van de ondertekening. Wanneer artsen twijfels uiten over de mentale toestand van een patiënt, kan dat de geldigheid van een dergelijk document ondermijnen. De precieze juridische gevolgen van de vaststellingen in deze zaak zijn nog niet bekend.
Over de identiteit van de 71-jarige zakenpartner en de aard van de samenwerking tussen beide mannen is in de beschikbare informatie niets meegedeeld. Evenmin is duidelijk of er al een procedure loopt voor de rechtbank en welke partijen daarin tegenover elkaar staan. De reconstructie beperkt zich tot de chronologie van de laatste dagen van De Letter en de rol van het testament dat in het ziekenhuis werd opgemaakt.
De zaak illustreert hoe kwetsbaar grote vermogensbeslissingen kunnen zijn wanneer ze worden genomen op een moment dat de gezondheid van de betrokkene achteruitgaat. De komende periode zal moeten blijken of de schenking van 183 miljoen euro standhoudt of wordt aangevochten. Voor de betrokken partijen staat daarbij veel op het spel: het gaat om een van de grootste nalatenschappen die de afgelopen jaren in België in de actualiteit is gekomen.
1