De gemiddelde huurprijs in Vlaanderen is voor het eerst boven de 1.000 euro gestegen. Dat blijkt uit de halfjaarlijkse huurbarometer van beroepsvereniging CIB en Korfine. De kaap van 1.000 euro werd nog nooit eerder overschreden.
Vlaams-Brabant blijft de duurste provincie en is ook de snelste stijger. Leuven blijft de duurste stad. De huurbarometer wordt halfjaarlijks opgemaakt en geeft een beeld van de evolutie van de huurprijzen op de Vlaamse woningmarkt.
De stijging past in een langere trend van stijgende woonkosten. De vraag naar huurwoningen blijft groot, terwijl het aanbod beperkt is. Dat zet druk op de prijzen, vooral in stedelijke gebieden en in provincies met een sterke economische activiteit.
Vlaams-Brabant profiteert van de nabijheid van Brussel en de aanwezigheid van grote werkgevers. Leuven trekt al jaren veel studenten, academici en kenniswerkers aan. De vraag naar kwalitatieve huurwoningen in die regio blijft daardoor hoog.
De huurbarometer van CIB en Korfine is een van de weinige systematische metingen van de huurmarkt in Vlaanderen. De cijfers worden gebruikt door makelaars, beleidsmakers en onderzoekers om de evolutie van de woonkosten op te volgen.
De overschrijding van de grens van 1.000 euro betekent dat huren in Vlaanderen gemiddeld genomen een aanzienlijke hap uit het budget van gezinnen neemt. Voor alleenstaanden en jonge gezinnen wordt het steeds moeilijker om een betaalbare woning te vinden.
De vastgoedsector wijst al langer op het beperkte aanbod aan huurwoningen. Nieuwe projecten komen traag op gang, onder meer door regelgeving en stijgende bouwkosten. Tegelijk blijft de bevolking groeien, wat de vraag verder aanwakkert.
Of de stijging zich doorzet, is nog niet duidelijk. De volgende editie van de huurbarometer moet uitwijzen of de 1.000 euro een nieuwe ondergrens wordt of een tijdelijke piek blijft. Voorlopig is de vaststelling dat huren in Vlaanderen duurder is dan ooit.