De vastgelopen begrotingsonderhandelingen in de Wetstraat roepen de vraag op wat er gebeurt als er geen akkoord komt. Economen Kevin Spiritus en Jan Smets waarschuwen dat in dat geval niet Europa maar de financiële markten als eerste zullen reageren. Die reactie is volgens hen «heel direct, onmiddellijk en pijnlijk».
De ongerustheid volgt op een waarschuwing van een Amerikaanse vermogensbeheerder deze week dat België en Frankrijk afstevenen op een onhoudbare schuldenlast. Zolang er geen begrotingsakkoord ligt, blijft het signaal aan de markten dat de Belgische overheidsfinanciën niet onder controle zijn. De economen fileren de kwestie nu de onderhandelingen tussen formateur Bart De Wever en zijn partners vastzitten.
Spiritus en Smets wijzen erop dat de correctie via de markten sneller en harder kan aankomen dan via de Europese begrotingsregels. De Europese Commissie volgt de lidstaten op basis van afgesproken procedures en termijnen, maar beleggers reageren zodra zij twijfelen aan de houdbaarheid van de schuld. Dat kan zich vertalen in hogere rentevoeten en een duurdere financiering van de overheidsschuld.
De vergelijking met het buitenland maakt de kern van hun betoog duidelijk. «Er zijn landen waar ministers hun loon verliezen als ze het niet goed doen met de begroting. Dat is pas een prikkel om huiswerk op tijd te maken», klinkt het. Daarmee plaatsen de economen de vastgelopen onderhandelingen in een breder debat over de verantwoordelijkheid van bewindslieden voor het begrotingsevenwicht.
De vraag die nu boven de Wetstraat hangt, is wie de begroting op orde zet als de politiek er niet uit raakt. De markten hebben geen mandaat en geen democratische legitimiteit, maar ze kunnen een land wel dwingen tot snelle bijsturing. Europa komt pas in een latere fase tussenbeide, met procedures die op zichzelf ook gevolgen kunnen hebben voor de begroting en het beleid.
Voor België betekent dat een dubbel risico. Zolang er geen akkoord is, blijft de onzekerheid duren en kunnen de financieringskosten oplopen. Tegelijk blijft de druk van de Europese begrotingsregels bestaan, ook als de markten intussen al hebben gereageerd. De economen benadrukken dat een tijdig akkoord daarom niet alleen een politieke kwestie is, maar ook een economische noodzaak.
De bal ligt bij de onderhandelaars in de Wetstraat. Zij moeten een begroting op tafel leggen die geloofwaardig is voor de markten en houdbaar binnen de Europese kaders. Zolang dat niet gebeurt, blijft de waarschuwing van de Amerikaanse vermogensbeheerder boven de gesprekken hangen en blijft de vraag wat er gebeurt als De Wever en co er niet uit geraken.
2