Studentenarbeid duurder maken zou de federale schatkist enkele honderden miljoenen euro's kunnen opleveren. Dat blijkt uit de piste die in de begrotingsdiscussies circuleert, al wijst de bron ook op de risico's voor studenten met een beperkt budget.
De kern van het verhaal is een afweging tussen extra inkomsten voor de overheid en de financiële positie van jongeren die naast hun studies werken. Studentenjobs zijn voor veel studenten een belangrijke bron van inkomsten. Een hogere kostprijs voor die vorm van werk kan de vraag naar studentenarbeid beïnvloeden, en dus ook het inkomen van de studenten zelf.
De bron benadrukt vooral de bezorgdheid over studenten voor wie elke euro telt. Het gaat om jongeren uit kwetsbare gezinnen, voor wie een studentenjob geen bijverdienste is maar een noodzaak om de studie te kunnen betalen. Voor hen zou een maatregel die het werk duurder of minder aantrekkelijk maakt, concrete gevolgen kunnen hebben.
In het bredere begrotingsdebat is de marge van de federale regering beperkt. Uit een analyse van de federale uitgaven blijkt dat van elke 100 euro die de federale overheid uitgeeft, 71 euro meteen naar andere overheden en rente op schuld gaat. De 29 euro die overblijft, kan de regering zelf uitgeven. Professor Herman Matthijs stelt dat extra inkomsten zonder belastingverhoging alleen mogelijk zijn als honderdduizend mensen meer aan het werk zijn, en twijfelt of die hoop realistisch is.
De discussie over studentenjobs past dus in een zoektocht naar extra middelen binnen een krappe begroting. Of de piste wordt uitgewerkt, en in welke vorm, is op basis van de beschikbare informatie nog niet duidelijk. Wel is het de moeite waard om de afweging scherp te houden: de opbrengst voor de schatkist tegenover de impact op studenten die op hun job rekenen.
3