Het Jakob Smitsmuseum in Mol en het Emile Van Dorenmuseum in Genk starten een duotentoonstelling over de vroegere kunstenaarskolonies in de Kempen. In de negentiende en twintigste eeuw verbleven talrijke kunstenaars uit binnen- en buitenland in Kalmthout, Wechelderzande, Mol en Genk. Ze reisden naar de regio af om er in het landschap te schilderen.
De expo brengt die periode opnieuw onder de aandacht. De kunstenaars wilden het oeroude landschap op doek vastleggen, zo klinkt het bij de organisatie. Daarmee plaatst de tentoonstelling de Kempen nadrukkelijk op de kaart als een van de vroegere artistieke brandpunten in België, naast bekendere kolonies zoals die aan de kust of in de Ardennen.
De vier genoemde plaatsen — Kalmthout, Wechelderzande, Mol en Genk — fungeerden in die tijd als ontmoetingspunten voor schilders. Ze trokken erheen om de natuur, de heide en de uitgestrekte landschappen te bestuderen en vast te leggen. Het ging niet om een geïsoleerd fenomeen: de kolonies maakten deel uit van een bredere beweging waarbij kunstenaars de stad verlieten en de natuur opzochten.
De duotentoonstelling verbindt de collecties en de verhalen van twee musea die elk een eigen geschiedenis hebben met de kunstenaarskolonies. Het Jakob Smitsmuseum in Mol is vernoemd naar de schilder Jakob Smits, die zelf in de Kempen actief was. Het Emile Van Dorenmuseum in Genk draagt de naam van een kunstenaar die eveneens met de regio verbonden is. Door samen te werken kunnen beide instellingen een breder publiek bereiken en de onderlinge samenhang tussen de verschillende kolonies tonen.
De tentoonstelling werpt licht op een periode waarin de Kempen internationale aantrekkingskracht hadden op kunstenaars. Dat binnen- en buitenlandse schilders de reis naar deze streek maakten, onderstreept dat het landschap niet alleen lokaal maar ook over de grenzen heen werd gewaardeerd. De expo biedt zo een inkijk in de artistieke netwerken en de motivatie van de kunstenaars om juist hier te werken.
Wie de tentoonstelling bezoekt, krijgt een beeld van hoe het landschap in die tijd werd ervaren en afgebeeld. De nadruk ligt op het vastleggen van wat als een oeroud landschap werd beschouwd: een natuur die men wilde bewaren op doek, nog voor de grote veranderingen van de twintigste eeuw. Daarmee is de expo niet alleen een artistieke terugblik, maar ook een document over de relatie tussen mens en landschap in de Kempen.
De duotentoonstelling is te zien in het Jakob Smitsmuseum in Mol en het Emile Van Dorenmuseum in Genk. Beide musea zetten met dit gezamenlijke project de geschiedenis van de Kempense kunstenaarskolonies opnieuw in de kijker, precies op de plekken waar die geschiedenis zich heeft afgespeeld.