Waarom betaalt de ene Vlaming meer voor het ophalen van zijn huisvuil dan de buurman in de gemeente ernaast? Het antwoord ligt in de manier waarop elke gemeente haar afvalbeleid organiseert. Sommige steden werken met een gechipte Diftar-container waarbij je betaalt naargelang de hoeveelheid restafval die je aanbiedt, terwijl andere nog gewoon een vuilniszak op de stoep laten zetten.

Er bestaat in Vlaanderen dus geen uniform afvalsysteem voor alle steden en gemeenten. Die versnippering zorgt ervoor dat het ene huishouden voor dezelfde dienst een andere rekening krijgt dan het andere. Het is een vraag die veel burgers bezighoudt en die de redactie voorlegde aan Jan Verheyen, woordvoerder van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM).

Verheyen wijst op de ambitie van de Vlaamse overheid om het zwerfvuil fors terug te dringen. Het doel is een daling van 20 procent tegen 2030. Volgens hem is daarvoor een extra inspanning nodig, zowel van de gemeenten als van de burgers. Afval wordt daarbij steeds meer gezien als een grondstof: « Afval is onze belangrijkste grondstof geworden », aldus de OVAM-woordvoerder.

De vraag of we met z’n allen de volle pot betalen voor de verwerking van ons afval, of dat gemeenten in stilte bijpassen, blijft zo een belangrijk punt in het debat. De verschillen tussen gemeenten maken de financiering van de afvalverwerking immers zichtbaar voor de burger, die op zijn jaarlijkse aanslag ziet hoeveel hij betaalt.

2Weergaven

Auteur

Economie

Femke Peeters — economie, Dagkompas.