De Brusselse politie verdedigt zich tegen kritiek op de inbeslagname van zwembrillen, oogserum en mondmaskers tijdens een wilde betoging in Brussel. Volgens het korps waren die voorwerpen op zich niet verboden. In de omstandigheden van de manifestatie konden ze echter een risico vormen voor de openbare orde, en daarom werden ze tijdelijk in beslag genomen.
Volgens de politie gaat het om spullen die in een betoging kunnen worden gebruikt om zich te beschermen tegen traangas of pepperspray, maar ook om de identificatie van deelnemers te bemoeilijken of om optredens van de politie te verstoren. Het korps benadrukt dat het niet om een algemeen verbod gaat, maar om een beoordeling van de situatie op het terrein. Wie de voorwerpen in beslag ziet genomen, kan ze na afloop van de betoging terugkrijgen, zo laat de politie verstaan.
De kritiek kwam er omdat sommige betrokkenen en waarnemers de inbeslagname als onwettig bestempelen. De Brusselse politie wijst die aantijging van de hand en stelt dat het optreden binnen het wettelijke kader valt. De zaterdagbetoging was niet aangemeld en verliep als een wilde actie, wat het korps als een bijkomende reden aanhaalt om extra waakzaam te zijn.
Het debat raakt aan een bredere vraag over de grenzen van preventief optreden bij betogingen in de hoofdstad. Waar de politie de nadruk legt op het beschermen van de openbare orde, klinkt bij kritische stemmen de vrees dat het recht om te betogen onder druk komt te staan. Die vraag blijft, volgens de beschikbare informatie, voorlopig open.
3