Van de nieuw erkende artsen in België heeft meer dan een op de vijf een buitenlands diploma. Bij tandartsen gaat het zelfs om bijna de helft. Dat blijkt uit cijfers die N-VA-Kamerlid Frieda Gijbels opvroeg bij minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit).
De cijfers werpen een licht op de instroom van zorgverleners met een buitenlandse opleiding. Voor artsen gaat het om ongeveer een kwart van de nieuwe erkenningen, voor tandartsen dus bijna de helft. Daarmee is een aanzienlijk deel van de instroom afkomstig van buiten de Belgische universiteiten.
De precieze cijfers en de periode waarop ze betrekking hebben, zijn niet in detail bekend. Wel is duidelijk dat het gaat om nieuw erkende beroepsbeoefenaars, wat betekent dat ze voldoen aan de voorwaarden om in België als arts of tandarts aan de slag te gaan. De erkenning verloopt via de bevoegde overheden.
De vraag van Gijbels past in het bredere debat over de toegankelijkheid van de gezondheidszorg en de instroom van zorgverleners. België kampt al langer met een tekort aan huisartsen en tandartsen in bepaalde regio's. Buitenlandse diploma's vormen een van de kanalen waarlangs nieuwe zorgverleners instromen.
Minister Vandenbroucke bevestigde de cijfers in zijn antwoord op de parlementaire vraag. Daarmee komt het aandeel buitenlandse diploma's in de beroepsgroep opnieuw in de aandacht. Eerder was er al discussie over de erkenning van buitenlandse diploma's en de kwaliteitsbewaking daarvan.
Voor de beroepsgroepen zelf roept het cijfer vragen op over de opleidingscapaciteit in eigen land. De federale en deelstaatregeringen bepalen samen hoeveel studenten tot de opleidingen geneeskunde en tandheelkunde worden toegelaten. De verhouding tussen eigen afgestudeerden en instroom van buitenaf is daarbij een terugkerend thema.
Het is niet duidelijk of de cijfers betrekking hebben op één jaar of op een langere periode. Ook over de herkomstlanden van de diploma's geeft de bron geen uitsluitsel. Wel staat vast dat het aandeel bij tandartsen opvallend hoger ligt dan bij artsen.
De cijfers komen op een moment dat de druk op de eerstelijnszorg groot blijft. In verschillende Vlaamse gemeenten is het moeilijk om een vaste huisarts of tandarts te vinden. De instroom van buitenlands opgeleide zorgverleners kan dat tekort deels opvangen, maar roept ook vragen op over taalvaardigheid en aansluiting bij de Belgische regelgeving.
Gijbels, die de cijfers opvroeg, is Kamerlid voor N-VA. Zij volgt het thema van de gezondheidszorg en de erkenning van beroepen. Minister Vandenbroucke is bevoegd voor Volksgezondheid en sociale zaken. De federale overheid is verantwoordelijk voor de erkenning van artsen en tandartsen, terwijl de deelstaten bevoegd zijn voor opleiding en preventie.
De cijfers zullen naar verwachting verder worden besproken in de Kamercommissie voor Volksgezondheid. Daar kan ook aan bod komen hoe de instroom van buitenlandse diploma's zich verhoudt tot de kwaliteitseisen en de taalvereisten in ons land.
3