In de Wetstraat vliegen de begrippen ‘gewone mensen’, ‘de hardwerkende Vlaming’ en ‘de sterkste schouders’ momenteel voortdurend over tafel. Maar wie bedoelen politici daar eigenlijk mee? Dagkompas legde vier vragen voor aan alle Vlaamse politieke partijen. Op N-VA na gaf elke partij antwoord, en die antwoorden lopen opvallend uiteen.
De vier vragen gaan over de kernbegrippen van het huidige politieke debat. Waar eindigt ‘gewoon’ en waar beginnen de ‘sterkste schouders’? Wie zijn volgens de partijen de profiteurs van het systeem? Daarmee gaat het niet om abstracte retoriek, maar om de vraag welke groepen burgers politici precies viseren wanneer zij spreken over lasten, inspanningen en eerlijkheid. Dat die termen zo vaak terugkomen in de Wetstraat, maakt de vraag naar hun inhoud des te relevanter.
Opvallend is vooral de spreiding in de antwoorden. Begrippen die in het publieke debat als vanzelfsprekend klinken, krijgen per partij een eigen invulling. Voor de lezer is het daarom nuttig na te gaan hoe elke partij de termen afbakent, en welke gevolgen die afbakening kan hebben voor het beleid dat zij voorstaat. Een politieke discussie over wie de lasten draagt, begint immers bij de vraag wie er met die lasten bedoeld wordt.
Wie de vier antwoorden van de partijen naast elkaar legt, ziet dat de begrippen geen vaste betekenis hebben. Wat voor de ene partij een gewoon inkomen is, valt voor een andere partij al onder de categorie van wie meer kan bijdragen. Ook de omgekeerde vraag, wie als profiteur gezien wordt, levert verschillende antwoorden op. Dat maakt het debat over solidariteit en fiscaliteit minder eenvoudig dan het in campagnetaal vaak lijkt.
N-VA reageerde als enige Vlaamse partij niet op de vier vragen. Daardoor ontbreekt in deze peiling het perspectief van een van de grootste partijen van Vlaanderen. Voor het begrijpen van het debat is dat een belangrijk gegeven, omdat de partij het in de Wetstraat vaak heeft over wie de inspanningen moet leveren. Of de verschillende interpretaties zich zullen vertalen in concrete voorstellen tijdens de komende onderhandelingen of in het parlementaire werk, blijft voorlopig onduidelijk.
Voor de Vlaamse kiezer heeft het verschil in definities een praktisch gevolg. Wie zichzelf herkent in ‘de hardwerkende Vlaming’, moet kunnen nagaan of de partij die hij of zij steunt daar dezelfde mensen mee bedoelt. De peiling van Dagkompas biedt daarvoor een vergelijkingsbasis, al blijft het beeld onvolledig zolang één partij ontbreekt. Het is aan de partijen zelf om hun invulling van die begrippen verder toe te lichten.
2