België wil dat de zware industrie de komende jaren minder betaalt voor haar CO2-uitstoot dan de Europese Commissie voorstelt. Dat bleek tijdens een vergadering van de Europese klimaatministers, waar Vlaams minister van Klimaat Melissa Depraetere (Vooruit) ons land vertegenwoordigde. Ons land vindt dat de versoepelingen die de Commissie in juli aankondigde, nog niet ver genoeg gaan.

De Commissie presenteerde in juli plannen om de CO2-taks minder snel te verhogen dan oorspronkelijk de bedoeling was. Dat gebeurde onder meer onder druk van de industrie, die waarschuwt voor een verlies aan concurrentiekracht tegenover producenten buiten Europa. België stelt nu voor om de stijging van het tarief tot 2035 nog lager te houden dan in het Commissievoorstel. Na 2035 zou het tarief dan weer sneller stijgen, zodat de totale ontvangsten over de hele periode in evenwicht blijven.

Het voorstel komt op een moment dat de Europese Unie zoekt naar een evenwicht tussen haar klimaatdoelstellingen en de bescherming van de eigen industrie. De zware industrie — staal, cement, chemie en raffinage — staat in België onder druk door hoge energieprijzen en internationale concurrentie. Een trager stijgend CO2-tarief kan die sectoren tijdelijk ademruimte geven, maar roept ook vragen op over de geloofwaardigheid van het Europese klimaatbeleid.

De Europese klimaatministers vergaderden over de herziening van het emissiehandelssysteem, dat bepaalt hoeveel bedrijven moeten betalen voor elke ton uitgestoten CO2. De Commissie wil het systeem hervormen zodat de prijs geleidelijk stijgt, maar niet zo snel dat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar regio's met minder strenge regels. België wil die geleidelijkheid nog versterken.

Voor Vlaanderen is de kwestie bijzonder gevoelig. De Vlaamse industriële clusters in de Antwerpse haven en langs het Albertkanaal behoren tot de meest energie-intensieve van Europa. De Vlaamse regering pleit al langer voor een Europees kader dat de concurrentiepositie van deze bedrijven niet ondermijnt, zonder de klimaatdoelen los te laten.

Het Belgische standpunt is nog geen definitief Europees besluit. De lidstaten moeten het onderling eens worden over de hervorming van het emissiehandelssysteem, en ook het Europees Parlement moet zich uitspreken. Verwacht wordt dat de onderhandelingen de komende maanden worden voortgezet.

Milieuorganisaties reageren voorzichtig op het Belgische voorstel. Zij vrezen dat een te trage stijging van het CO2-tarief investeerders ontmoedigt om te kiezen voor groene technologie. Tegelijk erkennen sommige analisten dat een al te snelle stijging het risico op koolstoflekkage vergroot, waarbij productie en uitstoot gewoon naar buiten de EU verhuizen.

De komende maanden moet blijken of België steun kan vinden bij andere lidstaten voor zijn voorstel. Duitsland en een aantal Oost-Europese landen hebben eerder al gepleit voor een soepeler overgang. Frankrijk en de Scandinavische landen zijn doorgaans terughoudender om de klimaatambities af te zwakken.

5Weergaven

Auteur

Politiek

Wouter Claes — politiek, Dagkompas.