Comédienne Soundos El Ahmadi heeft met een grap over miskramen en Dries Van Langenhove heel wat reacties uitgelokt. In haar voorstelling noemt ze de voormalige Vlaams Belang-politicus een foetus uit een miskraam die beter door een toilet was gespoeld. Volgens Sabine Vermeiren, redactrice bij onze krant, gaat El Ahmadi daarmee een brug te ver. De commotie die na de uitspraak is ontstaan, wijst daar volgens haar op.
Toch ziet Vermeiren in de kwestie ook een andere, bredere vraag: mag je überhaupt lachen met miskramen? «Moet dat?» luidt haar bedenking. De grap van El Ahmadi raakt daarmee aan een gevoelig thema dat veel vrouwen persoonlijk treft. Een miskraam is voor velen een ingrijpende gebeurtenis, en humor daarover ligt delicaat.
De uitspraak van El Ahmadi is geen losse flodder in een verder onopvallend optreden. Ze plaatst de comédienne in een traditie van scherpe, vaak politiek getinte humor waarin bekende figuren het mikpunt worden. Dries Van Langenhove is als voormalig parlementslid en oprichter van Schild & Vrienden een bekend gezicht in het Vlaamse politieke landschap. Hem in verband brengen met een miskraam en een toiletpot is een bewuste, confronterende beeldspraak.
Volgens Vermeiren bewijst El Ahmadi met die grap geen enkele vrouw een dienst. De redenering is dat vrouwen die een miskraam hebben meegemaakt, niet gebaat zijn bij een publieke grap die hun ervaring als mikpunt van spot gebruikt. De vraag of zulke humor kan, staat daarmee los van de politieke voorkeur van het doelwit. Ook wie Dries Van Langenhove niet genegen is, kan zich afvragen of dit soort grappen de juiste toon treffen.
De commotie rond El Ahmadi illustreert hoe dun de grens is tussen satire en kwetsen. Comediennes en comédiens zoeken regelmatig de rand op, en dat hoort bij het genre. Maar wanneer een onderwerp als miskramen wordt gebruikt om een politiek figuur belachelijk te maken, verschuift de aandacht van de boodschap naar de vorm. De grap wordt dan vooral een discussie over fatsoen en empathie.
Voor de Vlaamse cultuursector is de kwestie een bekend spanningsveld. Theater en comedy willen vrijheid om te choqueren, maar het publiek en de media wegen die vrijheid steeds vaker af tegen de impact op mensen die zich in het onderwerp herkennen. De reactie van Vermeiren past in dat debat: ze betwist niet meteen het recht om te grappen, maar ze stelt wel de vraag of het moet.
Wat de affaire vooral duidelijk maakt, is dat een grap over een miskraam niet alleen over de verteller gaat. Ze raakt ook aan de vrouwen die zo'n verlies hebben meegemaakt en die zich door de vergelijking niet erkend voelen. Of El Ahmadi haar zin herneemt of nuanceert, is niet bekend. Duidelijk is wel dat de discussie over de grenzen van humor na deze uitspraak niet meteen zal gaan liggen.
4