Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) heeft in de Kamer verklaard dat de gewelddadige schoolprotesten in Luik worden aangestuurd door een beweging van het type Antifa. «Er is in Luik een beweging, type Antifa, tussen de studenten geïnfiltreerd», klonk het bij de minister. De uitspraak lokte heel wat reacties uit, zowel bij de oppositie als bij de betrokken scholieren en studenten. De vraag is nu wat die beweging precies is en hoe groot ze in België is.
Antifa is geen klassieke organisatie met ledenkaarten, een nationaal bestuur of een centrale kas. Het is een losse verzameling van lokale groepen en individuen die zich verzetten tegen fascisme, racisme en extreemrechts. De beweging heeft geen hiërarchie en geen officiële woordvoerder. Wie er deel van uitmaakt, verschilt van stad tot stad en van actie tot actie. Daardoor is het moeilijk om te zeggen hoe groot Antifa in België precies is. Er bestaan geen ledencijfers en geen verkiezingen die een graadmeter kunnen zijn.
In Luik is de aanwezigheid van antifascistische groepen al langer bekend. De Luikse antifascisten zijn geen doetjes: colère is hun brandstof en pacifisme vinden ze overroepen. Ze duiken op bij betogingen tegen extreemrechts, bij acties tegen politiegeweld en bij protesten waar ze een aanwezigheid van extreemrechtse groepen vermoeden. Volgens de minister zouden ze zich nu ook onder de scholieren hebben gemengd die de voorbije dagen in Luik de straat op gingen. Bij eerdere acties werd al naar de beweging verwezen.
De precieze rol van Antifa bij de schoolprotesten is voorlopig niet onafhankelijk bevestigd. De minister baseert zich op informatie van de veiligheidsdiensten, maar er is nog geen gerechtelijk onderzoek dat de infiltratie zwart op wit aantoont. De betrokken scholieren zelf ontkennen dat ze door externe groepen worden gestuurd. Volgens hen gaat het om een spontane beweging van leerlingen en studenten die ontevreden zijn over het onderwijsbeleid. Of er effectief sprake is van georganiseerde aansturing, zal moeten blijken uit verder onderzoek.
De uitspraak van Quintin past in een breder debat over de aanpak van ordeverstoringen bij protesten. De federale regering wil een duidelijk signaal geven dat geweld bij betogingen niet wordt getolereerd, ongeacht wie erachter zit. Tegelijk waarschuwen experts voor het risico om een diffuse beweging als Antifa als één blok te behandelen. Omdat er geen leiding is, valt een organisatie ook niet zomaar te verbieden of te ontmantelen. Bovendien kan het label «Antifa» te snel op alle deelnemers worden geplakt, ook op jongeren die gewoon hun ongenoegen uiten.
Voor de Vlaamse en federale politiek is de kwestie gevoelig. De MR van minister Quintin zit in de federale regering en wil haar imago van daadkracht bevestigen. Oppositiepartijen vragen dan weer of de minister over voldoende bewijzen beschikt om een hele beweging aan te wijzen. De komende dagen zal moeten blijken of de schoolprotesten in Luik aanhouden en of er nieuwe incidenten volgen. Duidelijk is alvast dat de naam Antifa opnieuw in het hart van het Belgische veiligheidsdebat staat.
3