Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement heeft vrijdag unaniem besloten om de vergoedingen voor het uitoefenen van bijzondere functies tot het einde van de zittingsperiode niet langer te indexeren. Dat betekent dat de extra bedragen die aan bepaalde parlementaire opdrachten verbonden zijn, de komende periode niet automatisch meestijgen met de levensduurte.
De beslissing werd zonder tegenstemmen genomen. Daarmee zet het Brussels parlement een stap die de kost van de parlementaire werking binnen de huidige legislatuur bevriest. De vergoedingen voor bijzondere functies komen bovenop de gewone parlementsvergoeding en worden normaal gekoppeld aan de index. Door die koppeling tijdelijk los te laten, groeien die extra bedragen niet mee met de stijging van de consumptieprijzen.
Het gaat om een maatregel die loopt tot het einde van de zittingsperiode. Daarmee is de impact beperkt in de tijd, maar wel voelbaar voor de betrokken parlementsleden. De indexering wordt dus niet definitief afgeschaft, maar voor de resterende duur van de legislatuur opgeschort. Na die periode kan de regeling opnieuw bekeken worden.
De unanimiteit valt op in een parlement waar de politieke meerderheid en oppositie elkaar regelmatig tegenover staan. Dat alle fracties instemden, wijst erop dat de bevriezing van de indexering breed gedragen wordt. Het signaal is duidelijk: de extra vergoedingen voor bijzondere functies volgen de komende maanden en jaren niet automatisch de algemene loon- en prijsontwikkeling.
De beslissing kadert in de bredere discussie over de kosten van de parlementaire werking. Door de indexering tijdelijk stop te zetten, wil het Brussels parlement vermijden dat de vergoedingen voor bijzondere opdrachten blijven stijgen zonder dat daar een nieuwe politieke afweging aan voorafgaat. De maatregel raakt niet de basisvergoeding van de parlementsleden zelf, maar wel de extra bedragen die aan specifieke functies binnen het parlement verbonden zijn.
Voor de burger is de impact eerder symbolisch dan budgettair groot. Toch past de beslissing in een bredere verwachting dat publieke instellingen zuinig omspringen met middelen. Het Brussels parlement stuurt met de unanieme stemming een signaal dat het de indexering van extra parlementaire vergoedingen niet als vanzelfsprekend beschouwt.
De maatregel gaat in met onmiddellijke werking en geldt tot het einde van de lopende zittingsperiode. Daarna zal het parlement opnieuw moeten beslissen of de indexering wordt hervat, aangepast of definitief afgeschaft. Voorlopig blijft de regeling dus bevroren, zonder dat er al een uitspraak is over wat er na de legislatuur gebeurt.
3